Historische waarnemingen

Archieven staan bol van UFO meldingen

 UFO in 1952

Veertig jaar geleden verklaarde de Amerikaanse luchtmacht dat een onderzoek naar Ufo’s geen bewijs van het bestaan van buitenaardse ruimtevaartuigen had opgeleverd. Wie in de archieven kijkt, gaat anders vermoeden: 'Ik stond op tien meter van het zwevende object. Het leek op een enorme koekenpan. Opeens schoot het ding weg.

Archieven staan bol van dit soort meldingen.

Loog de overheid of was ze alleen maar bezorger van slecht nieuws? Hoe het ook zij, de eindconclusie van Project Blue Book was dat er geen harde bewijzen waren voor het bestaan van buitenaardse ruimtevaartuigen.
Project Blue Book was een systematische UFO-studie, die de Amerikaanse Luchtmacht uitvoerde tussen 1952 en december 1969. In totaal bedroeg het aantal meldingen maar liefst 12.618. Het merendeel werd afgedaan als natuurverschijnsel en zes procent viel in de categorie 'onbekend' en vereiste nadere analyse. Maar harde bewijzen werden niet gevonden. Dit was een bittere pil voor de 'believers'. Zij wisten wel beter en sinds Blue Book ontstond er een hardnekkig verzet tegen het standpunt dat de Amerikaanse overheid innam in de UFO-kwestie. Het verzet werd gebaseerd op duizenden meldingen, archiefbeelden, en verklaringen van ontvoeringen (abductions) of 'close encounters'. Wereldwijd schoten UFO-genootschappen en fanclubs uit de grond. Ze wilden de regering bewegen open kaart te spelen: de echte bewijzen zouden achtergehouden worden.

Plaatsen waar Ufo’s werden gezien ontpopten zich als bedevaartsoort: voorop het Amerikaanse Roswell, waar in 1947 een UFO zou zijn neergestort, een alien-bemanning inbegrepen. Het incident eindigde met een sisser, toen de regering verklaarde dat het om een neergestorte weerballon ging. Dit sterkte de vermoedens van een doofpot aktie. Inmiddels heeft de regering drie zware rapporten, de een nog dikker dan het andere, om Roswell te weerleggen. En nog steeds staan er onduidelijkheden in.
Als buitenstaander lijkt deze 'heilige oorlog' naïef en van een zeker ET-gehalte. Toch verdient het onderwerp een nadere analyse, al is het maar omdat Ufo’s onmiskenbaar garant staan voor mysterie. Dankzij het internet zijn diverse archieven digitaal toegankelijk geworden. Zoeken op 'ufo' of 'flying saucer' levert een immens aantal resultaten op.

Eerste UFO

 Kenneth Arnold

Maar eerst terug naar het begin. In 1947 werd voor het eerst een ongeïdentificeerd vliegend object, ofwel een UFO, waargenomen. Die eer was voor piloot en zakenman Kenneth Arnold. Arnold zag op 24 juni van dat jaar negen objecten, die zich met enorme snelheid verplaatsten. Omdat hij ze omschreef als borden die over het water scheren, werden deze buitenaardse verschijnselen al snel Vliegende Schotels genoemd.
Mede door film en fantasie is vervolgens het aantal UFO-meldingen geëxplodeerd. Deze zijn tegenwoordig eenvoudiger te raadplegen. Zo publiceerde de British National Archives onlangs nog een speciale UFO-website: 'Newly released UFO-files from the UK government'. Vierduizend pagina's UFO-archief, verzameld tussen 1981 en 1996, met meldingen, speciale zittingen in het parlement, memo's en transcripties van radiocommunicatie.

Britse Roswell

Meest opvallende dossier in het Britse archief is dat van het 'Rendlesham Forest Incident', vaak vergeleken met het Amerikaanse Roswell-incident en een van de bekendste UFO- meldingen aller tijden. Het dossier bevat talloze meldingen van onverklaarbare lichten en het landen van een buitenaards ruimteschip eind december 1980 in Rendlesham Forest, Suffolk, Engeland.
In de bossen was een militaire basis gelegen. Amerikaanse piloten die daar gestationeerd waren deden de volgende melding: ze zagen dat een UFO landde in het bos en gingen op onderzoek. Vervolgens vonden ze sporen in bomen en op de grond, alsmede ongewone stralingsmetingen.
Een samenvatting van de gebeurtenissen werd daarop door de Amerikaanse kolonel Charles Halt, tevens hoofd van de basis, gestuurd naar het Britse Ministerie van Defensie. Dit zogenaamde Halt-memo is beroemd, temeer omdat de kolonel hierin zelf verklaart Ufo’s te hebben gezien. Onder de US Freedom of Information Act werd deze brief in 1983 vrijgegeven. Kolonel Halt droeg op de tweede nacht van de waarnemingen een taperecorder bij zich.

Lichtgevende bollen
Een kijkje in het archief van de CIA (https://www.cia.gov/library/center-for-the-study-of-intelligence/csi-publications/csi-studies/studies/97unclass/ufo.html) levert een wereldwijd overzicht op van 'sightings'. De CIA heeft sinds Kenneth Arnold Ufomeldingen per land gerapporteerd. Enkele beschrijvingen zijn op zijn minst merkwaardig te noemen. Grote lichtgevende bollen, die van kleur, vorm en positie veranderen. Opvallend vaak verschenen de Ufo’s boven mijnen, zo ook in maart 1952 in Belgisch Congo: 'Onlangs werden boven de uraniummijnen (...) twee vurige schijven waargenomen. De schijven gleden in elegant bogen en veranderden vaak van positie, waardoor ze van de grond bekeken soms schijven, en dan weer op ovalen of lijnen leken. Plotseling zweefden de schijven naar één punt, waarna ze wegschoten in een unieke zigzag vlucht richting het noordoosten. Een indringend gefluit en gezoem was hoorbaar voor de toeschouwers. Het geheel duurde zo'n tien tot twaalf minuten.' (CIA FOIA, 16-08-1952).

Bel de Ufoon
Ook boven Nederland werden Ufo’s waargenomen. De UFO-Werkgroep Nederland kreeg tussen 1995 en 2009 zo'n 2.000 tips binnen. Mensen kunnen melding doen op de website, of de Ufoon bellen. Behalve veel grapjes levert dit ook serieuze meldingen op. Een van de opvallendste meldingen van de UFO-werkgroep is een geval dat ook terugkomt in de bestanden van de British National Archives. Op 5 november 1990 vlogen militaire vliegers aan boord van drie Britse Tornado-jachtbommenwerpers boven Nederland. Rond 19.00 uur zagen ze een onbekend vliegend object met felle lichten. De UFO-Werkgroep Nederland heeft deze zaak in 2005 heronderzocht.

Gezonde scepsis
Zoals altijd met Ufo’s is het gros eenvoudig te verklaren: het zijn natuurverschijnselen als heldere meteorieten, vuurbollen, planeten zoals Venus die soms laag boven de horizon staan, of vuurballonnen. Dit zijn onbemande ballonnen met daarin kaarsen, die voor feestelijke gelegenheden worden opgelaten. Mensen die dit verschijnsel niet kennen zien dan al snel een UFO in de lucht.
Ze zijn makkelijke prooi voor nuchtere Nederlanders. Deze zien zich vertegenwoordigd in Stichting Skepsis, dat sinds 1987 buitengewone beweringen kritisch onderzoekt. Zo verscheen in 2004 een artikel over UFO-goeroe George Adamski, die in 1959 een bezoek bracht aan Koningin Juliana. Op Paleis Soestdijk zette hij zijn ideeën uiteen.
De media reageerden gevoelig. Terwijl spanningen tussen Oost en West toenamen en zich aan het hof aan machtsstrijd afspeelde, verdiepte Juliana zich in gebedsgenezeressen en UFO-fanaten. Adamski beweerde in verbinding te staan met buitenaardse wezens. Daar moest je in Nederland niet mee aankomen. Ter illustratie: vrijdagavond 15 mei 1959 arriveerde Adamski op Schiphol. Hij was wat laat. 'Zou hij dan toch per schotel komen', schertsten enkele journalisten.

Trucages
Fantasie, speculatie en gezonde scepsis. De UFO-thematiek leent zich bij uitstek voor een scherpe geest of een kleurrijke verbeelding. Neemt u de proef op de som. De archieven van Project Blue Book staan online. Duizenden meldingen met daartussen een handvol mysteries.