De verloren beschaving van Atlantis

Deze onderstaande tekst is afkomstig van talc.site88.net

De zeer invloedrijke Oud-Griekse filosoof Plato schreef in het jaar 360 v.Chr over Atlantis in zijn dialogen: "Timaeus" en "Critias." In deze dialogen vertelde het personage Critias dat zijn grootvader van een bekende Atheense dichter en politicus genaamd Solon over het verhaal van Atlantis hoorde. Solon op zijn beurt hoorde dit verhaal gedurende zijn verblijf in Egypte in het jaar 565 v.Chr. De naam "Atlantis" (en daarbij de andere namen die hij noemt in verband met Atlantis) is eigenlijk een Griekse vertaling van de Egyptische naam om zo de oorspronkelijke betekenis van de betreffende naam te behouden, want de Egyptische naam zou ook een vertaling zijn naar het Oud-Egyptisch. Het is echter onbekend onder welke naam Atlantis bekend zou hebben gestaan bij de oude Egyptenaren.

 
Plato

Plato's dialogen vertellen ons dat er voor de ontwikkelde Griekse beschaving een andere ver gevorderde beschaving bestond op een groot eiland dat groter was dan (vorig) Libië (Noord-Afrika) en Azië (Klein-Azië) aan elkaar gezet. Plato's verslag is door velen beschouwd as het meest aannemelijke verslag van een mogelijke oude verloren beschaving.

Uit Plato's "Timaeus" (21a-27b):

"Nu, in dit eiland van Atlantis was er een groots en wonderlijk keizerrijk dat de heerschappij voerde over het gehele eiland en verschillende anderen, en over gedeeltes van het continent, en verder, de mensen van Atlantis hadden de delen van Libië ondergeschikt gemaakt binnen de zuilen van Heracles zo ver als Egypte, en van Europa zo ver als Tyrrhenia. [het hedendaagse Etrurië]"

Atlantis zou zich volgens de dialogen bevinden voorbij de "Zuilen van Heracles" (Hercules), wat tegenwoordig bekend is als de Straat van Gibraltar. Als we ons in de Middenlandse Zee bevinden en voorbij de Straat van Gibraltar zouden varen, dan zouden we ons bevinden in de Atlantische Oceaan.  Volgens Plato's dialogen zouden de inwoners van Atlantis generaties lang deugdige levens hebben geleefd totdat gierigheid en macht hen verbasterde. Voorafgegaan aan hevige aardbevingen en overstromingen, zou het land uiteindelijk in zijn geheel door de zee zijn verzwolgen, zo'n 9.500 jaar voor Plato's tijd. De dialoog "Timaeus" vermelde dat, gedurende Plato's tijd, er zich een onpasseerbare en ondoordringbare zandbank van modder in deze gedeeltes van de zee bevond, dat was veroorzaakt door het wegzinken van het eiland. Vele geleerden geloven vandaag de dag dat Plato's verhaal slechts een fictief verslag was, een mogelijke metafoor, omdat er geen land zou zijn dat aan zijn beschrijvingen zou voldoen, maar de beide dialogen “Timaeus” en “Critias” lijken juist een zuiver historisch verslag te impliceren met zoveel detail dat nogal onnodig zou zijn voor slechts een metafoor.
In zijn dialoog "Critias" beschreef Plato onder andere dat Atlantis gesticht was door Poseidon - in de Griekse mythologie bekend als de "god van de zee" - die verliefd was geworden op een sterfelijke vrouw die Cleito heette. Cleito baarde vijf paar tweelingjongens en het domein was onder hen verdeeld. De oudste, Atlas genoemd, werd de eerste koning van Atlantis. In de Griekse mythologie was Atlas de drager van het hemelgewelf, en de Griekse historicus Herodotus noemde dat Atlas in feite een verheven berg was dat door de Atlantische inwoners werd gezien als de pilaar van het hemelgewelf:

"After this at a distance of ten days' journey there is another hill of salt and spring of water, and men dwell round it. Near this salt hill is a mountain named Atlas, which is small in circuit and rounded on every side; and so exceedingly lofty is it said to be, that it is not possible to see its summits, for clouds never leave them either in the summer or in the winter. This the natives say is the pillar of the heaven. After this mountain these men got their name, for they are called Atlantians; and it is said that they neither eat anything that has life nor have any dreams." (Bron: Herodotus History Book IV, 184.)

Poseidon had een eigen tempel binnen het citadel van Atlantis-stad waarvan het exterieur volledig bedekt was met zilver en de pieken met goud. Het interieur was van ivoor, goud, zilver en orchichalchum (een onbekend materiaal dat hedendaags als legendarisch wordt beschouwd) wat een roodachtige gloed verspreidde dat leek te schijnen als vuur, zelfs tot aan de pilaren en de vloer. De tempel bevatte een kolossaal standbeeld van Poseidon, staande in een strijdwagen getrokken door zes gevleugelde paarden en rond een honderdtal Nereïden (zeenimfen) die dolfijnen berijden. Buiten het gebouw stonden gouden standbeelden gerangschikt van de tien eerste koningen en hun vrouwen.

Vanwege het overdadige gebruik van edelmetalen in het grote gebouw doet de beschrijving van de tempel van Poseidon tot op zekere hoogte denken aan de beschrijving uit de Poëtische Edda van het "Wallhalla" van de Noordse god Odin, waar het beschreven werd met een glanzend gouden voorkomen. Volgens de vikingen was het "Walhalla" het domein van de god Odin; zowel een bewaakte burcht als een soort van hemel voor de gesneuvelde soldaten die naar hem toe gebracht werden door de Walkuren (Odin's krijgsmaagden). Het lijkt er op te wijzen dat de mythologische plaats "Asgaard"; de verblijfplaats van de goden, in weze Atlantis-stad was zoals beschreven werd door Plato. Het doet ook denken aan de tempel van de HERE, zoals beschreven in het apocriefe boek: "Het Boek van Henoch". In hoofdstuk 14:8-23 van dit boek werd deze tempel beschreven met een interieur en een vloer dat gemaakt was van kristallen stenen, waarbij het dak het voorkomen had van levendige sterren en bliksemflitsen, waar een vlam rondom haar muren brandde, en waar het portaal brandde met een laaiend vuur. Misschien was dit echter geen echt vuur, maar slechts de roodachtige schittering van het materiaal orichalcum.

Plato's gegeven dat men reeds in de Atlantische tijd al bekend zou zijn met de god Poseidon geeft aan dat de oorsprong van de Griekse mythologie waarschijnlijk veel ouder is dan de oude Griekse beschaving (zoals wij deze als zodanig herkennen) en mogelijk zelfs terug te voeren is naar de bloeitijd van de beschaving van Atlantis. Zou het mogelijk zijn dat deze oorsprong van de Griekse mythologie, deze Atlantische overleveringen, naar andere delen van de wereld verspreid werd waar het doorverteld werd en uiteindelijk de vorm aannam van de Griekse, Noordse en oud-Mesopotamische mythologieën?

Op het eiland Thera (Santorini), welke net als Kreta onderdeel van de Griekse eilanden, zou rond 1628 v.Chr. een allesverwoestende aardbeving en vulkaanuitbarsting hebben plaatsgevonden, waardoor sommigen denken dat Plato mogelijk de ondergang van het eiland Thera zou hebben beschreven. Plato vermelde echter expliciet dat Atlantis zich had bevonden voorbij de Zuilen van Heracles, wat het begin van de Atlantische Oceaan markeert, gezien vanaf Griekenland. Daarnaast komt de tijdsperiode van de ondergang van Thera (tussen 1627-1600 v.Chr.) ook niet overeen met de tijdsperiode van de ondergang van Atlantis die Plato heeft genoemd.


Kircher's kaart van het eiland Atlantis van ongeveer 10.000 v.Chr.

De Duitse geleerde Athanasius Kircher (1601-1680) maakte een kaart gebaseerd op de beschrijvingen van Plato, hierboven te zien, welke hij opnam in zijn boek: "Mundus Subterraneus" (De ondergrondse wereld) uit ca. 1665. Hier zou het zuidelijk gelegen berggebied de zogenaamde "Plato "-zeeberg kunnen betreffen waar Plato mogelijk in zijn dialogen naar verwees. (Merk op dat het noorden onder te zien is en het zuiden boven.)


Vasilis Pashos' kaart van het gehele continent Atlantis gedurende een veel eerdere periode.
(Mogelijk rond het jaar 20.000 v.Chr.)


De kaart hierboven afgebeeld van het continent van Atlantis werd getekend in het jaar 1979 door schrijver en onderzoeker Vasilis Pashos, oprichter van het Atlantis Museum in Athene. Het is gebaseerd op gegevens uit de oudheid van onder andere Plato ("Timaeus" en "Critias"), Diodoros Sikeliotis ("Historic Bookcase"), Poseidonios (Kikeron's leraar), en het werk: "Verzameling van de verhalen van reizigers" van de geograaf Marchellus.


Atlantis Seamount, Plato Seamount en het rasterpatroon rechtsonder.

Hedendaags zijn er twee zeebergen in de Atlantische Oceaan vernoemd naar zowel Atlantis als Plato; namelijk de "Atlantis"-zeeberg, en de "Plato"-zeeberg (zie boeven) welke mogelijk door Plato werd beschreven in zijn dialogen (zie de coördinaten 33 28'N, 28 39'W op Google Maps of Google Earth). De wereldkaart van Google, gebaseerd op satellietfoto's en metingen onder water, toont hiernaast sinds 2009 een raster van lijnen dat mogelijk met Atlantis te maken zou kunnen hebben, wat verder ten oosten ligt van deze zeebergen. Volgens een woordvoerder van Google zouden deze lijnen fouten betreffen welke op de foto's van 2012 zouden worden gecorrigeerd. Alhoewel het minder goed zichtbaar was vanwege een lagere resolutie en wat lijkt op het wissen van gegevens (zie de lege vierkanten), was dit rasterpatroon zelfs op de foto's van 2012 te zien.

Misschien dat men er zo van overtuigd is dat deze informatie fout moet zijn omdat men het gewoon niet kan geloven. Het lijkt dat er geen goede reden is om zonder enige twijfel de mogelijkheid te ontkennen dat dit geen sporen kunnen betreffen van een verzonken oude beschaving terwijl deze plaats gesitueerd is op een locatie die mogelijk beschreven werd door Plato in zijn dialogen.

Plato was zeker niet de eerste die over Atlantis schreef. Mogelijk de oudst bekende vermelding van "Atlantis" is terug te vinden in de Odyssee van Homerus. Homerus was een Griekse dichter en zanger die leefde van ca. 800-750 v.Chr. en verdiende de kost door het verzamelen en opschrijven van heldensagen, godenverhalen en andere mythische vertellingen. In zijn Odyssee werd de nimf Calypso als de dochter van de Titaan Atlas genoemd, en zij werd ook wel in het Oud-grieks "Atlantis" genoemd.Haar thuisland was een eiland dat Ogygia werd genoemd. De Ogygische vloed is één van de drie grote overstromingen uit de oude Griekse mythes. Volgens vele tradities zou de Ogygische vloed zo verwoestend zijn geweest dat de hele aarde was bedekt met water. Het Griekse woord Ogygios betekend "Ogygisch" en zou synoniem staan voor: "oer", dus zou Ogygia vertaald kunnen worden als "oerland". Het is echter discutabel of Ogygia werkelijk (een eiland van) Atlantis betrof. Ook Hellanicus uit de vijfde eeuw v.Chr. schreef over de dochter van Atlas in zijn werk: "Atlantis" (of "Atlantias"), alhoewel dit werk voor het grootste gedeelte verloren is gegaan.Tevens gedurende de vijfde eeuw noemde de Griekse historicus Herodotus de zee voorbij de "Zuilen van Heracles" (de straat van Gibraltar) al reeds de: "Atlantis Zee'' (de Atlantische Oceaan).

Waarom er betrekkelijk weinig geschreven geschiedenis is overgebleven van een beschaving die al zo lang bestaan zou hebben, zou te maken kunnen hebben met de verwoesting van de grote bibliotheek van Alexandrië in Egypte. Deze bibliotheek was namelijk mogelijk de grootste die ooit heeft bestaan op aarde; een grote bron van eeuwenoude literatuur, en wat duizenden jaren lang het belangrijkste leer- en kenniscentrum van de westerse wereld was. Volgens historici zou het zijn opgericht en geopend tijdens de heerschappij van of Ptomely I Soter (323-283 v.Chr.) of zijn zoon Ptomely II (283-246 v.Chr), alhoewel de opgeborgen literatuur zou vele malen ouder kunnen zijn, waaronder mogelijk meer literatuur over het continent en de beschaving van Atlantis.

De Romeinse historicus Ammianus Marcellinus (330-400 n.Chr.) schreef dat de intelligentsia (intellectuele elite) van Alexandrië het verhaal van de vernietiging van Atlantis als een historisch feit zagen. Het was beschreven as een aantal aardbevingen die plotseling, door een krachtige beweging, grote openingen veroorzaakten en porties van het land opslokten, waaronder het grote eiland in de Atlantische Oceaan.

Zoals te lezen valt in de geschriften van de Griekse historicus Plutarch; liet Julius Caesar "per ongeluk" de bibliotheek afbranden, maar waarschijnlijk niet in zijn geheel. In deze tijd bestond er namelijk nog een dochterbibliotheek in de Serapeumtempel. De bibliotheek was tenslotte geheel vernietigd tijdens de verovering van Egypte door de Arabieren in het jaar 642. Gedurende het jaar 2004 kondigde een Pools-Egyptisch opgravingsteam de ontdekking aan van de overblijfselen van de lang verloren leeszalen oftewel de auditoria van de bibliotheek (Zie BBC news), wat zonder twijfel bewees dat deze grote bibliotheek waarlijk had bestaan. Volgens de ziener Edgar Cayce werd de bibliotheek oorspronkelijk opgericht in het jaar 10.300 v.Chr. (Zie Edgar Cayce Reading 315-4).

Zou het kunnen dat onder deze verloren boeken meerdere boeken waren over Atlantis, en zou dit één van de voornaamste redenen zijn waarom we vandaag de dag betrekkelijk weinig over Atlantis en haar beschaving weten, terwijl het volgens verschillende bronnen tienduizenden jaren lang zou hadden moeten bestaan? Er is in feite veel geschreven over Atlantis, zelfs in deze tijd; Er wordt zelfs gezegd dat "Atlantis" het meest gedocumenteerde onderwerp in de literatuurgeschiedenis is. Het is mogelijk dat naar verwezen werd in de oude geschriften van India en het werd ook het onderwerp van vele esoterische, occulte en theosofische werken en lezingen van helderzienden. Hoe dan ook, vele gepresenteerde claims over Atlantis zijn nog steeds niet bewezen om het beschouwen als bewijsbaar feit.
 Shirley Andrews somt in haar boek: "Atlantis en haar beschaving" (1997) geologische en metafysieke bewijzen op.

Vaak wordt gedacht dat de naam "Atlantis" ontleend zou zijn aan de naam Atlas; de eerste koning van Atlantis, maar de herkomst van de naam "Atlantis" zou mogelijk terug te vinden zijn in "Nahuatl": de taal van de oude Azteken uit Meso-Amerika. De naam lijkt een samenstelling van verschillende woorden uit de Nahua-taal; "Atl" is het woord voor "water" en "atlan" betekend: "in het midden van het water". (Het opzichzelfstaande woord "antis" betekend: "koper".) Het woord: "Azteca" (Azteek) betekend: "mensen uit Aztlán" (bron: Wikipedia),
 en Aztlán kan vertaald worden als: "plaats van de oorsprong". Volgens de geschiedenis van de Azteken kwamen zij oorspronkelijk van een nu verloren land dat men "Aztlán" noemde, en dat men beschreef als een eiland. De Aubin Codex verteld ons dat op Aztlán, de Azteken gevlucht waren van een tirannieke elite (de Azteca Chicomoztoca) naar een ander land waar zij zichzelf Mexica noemden. (Geleerden uit de 19de eeuw noemden ze opnieuw "Azteken" om moderne Mexicanen van de oude te onderscheiden.) Volgens Patrici Cori's boek "Atlantis Rising: The Struggle of Darkness and Light" (2001), was "Atlán" (Aztlán?) de hoofdstad van Atlantis gedurende de derde cyclus en was het culturele, wetenschappelijke en spirituele centrum van de Atlantische beschaving.

De Mexicaanse schrijver Carlos de Sigüenza y Góngora (1645-1700) kwam in het bezit van een unieke verzameling manuscripten en schilderijen van de inheemse Mexicaanse bevolking, welke hij had geërfd van zijn vriend Don Juan de Alva; de zoon van Fernando de Alva Cortés Ixtlilxochitl en een directe afstammeling van de koningen van Texcoco. Ixtlilxochitl was een geleerd man en schreef voor de eerste keer de geschiedenis van Mexico in het Spaans. In 1668, begon Sigüenza de Azteekse geschiedenis en het schrift van de Tolteken te bestuderen en concludeerde dat er een ander mensenras voor de Tolkenen geweest moest zijn, genaamd de Olmeken. Hij geloofde dat de Olmeken van het mythische eiland Atlantis afkomstig waren en dat ze verantwoordelijk waren voor de bouw van de piramides van Teotihuacán. Later, na zijn dood werd zijn werk helaas gedeeltelijk vernietigd door de inquisitie en een ander deel raakte verloren.

Gelukkig had de Sigüenza zijn informatie gedeeld met de Italiaanse avonturier en reiziger Gemelli Careri (1651-1725), die de Sigüenza's informatie over Atlantis en de oude Mexicaanse kalender in zijn eigen boek "Giro del Mondo" (reis rond de wereld) verwerkte. (Bron: "The Mayan Prophecies" (1995) door Adrian Gilbert en Maurice Cotterell.) In Nieuw-Spanje had Careri de gelegenheid om de piramides nauwkeurig te bestuderen en hun affiniteit met de Egyptische piramides deed hem doen geloven dat de oude Egyptenaren en de Amerikaanse Indianen beide van de inwoners van Atlantis afstamden.
Andere referenties naar Atlantis door historici en andere bronnen:

De Griekse historicus Theopompos (c.a. 380 v.Chr.) schreef over de enorme grootte van Atlantis en haar steden genaamd Machimum en Eusebius, en een gouden tijd welke vrij was van ziekte en handarbeid.

De Griekse historicus Diodorus Siculus (welke opbloeide tussen de jaren 60 and 30 v.Chr.) verwees naar Feneciërs die op het immense "Atlantische eiland" zijn geweest. Tevens schreef hij dat deze Atlantiërs destijds oorlog voerden met de Amazonen.

De Griekse historicus Timagenus legde het verloop van de oorlog vast tussen Atlantis en Europa. Volksstammen in het oude Frankrijk zeiden dat Atlantis hun oorspronkelijke thuisland was.

De Romeinse usurpator (overweldiger) Proculus (regeerde c.a. het jaar 280) bezocht de Canarische Eilanden en/of de Azoren, waar de inheemse bevolking hem vertelde over de verwoesting van Atlantis.

In de Noordse mythologie werd er gesproken over "Asgaard"; een land of hoofdstad gesitueerd in het "midden van de wereld" waar de Asen en Asinnen (de goden) woonden, die afzonderlijk wordt beschouwd van "Midgaard"; de wereld waar de mensen wonen. Asgaard zou mogelijk kunnen duiden op de centraal gelegen hoofdstad van Atlantis die door Plato: "Atlantis-stad" werd genoemd, en de Asen/Asinnen zouden mogelijk de "Ashvins" kunnen zijn die in de oude Indiase teksten Vedische goden werden genoemd welke in de lucht verschenen in een gouden (strijd)wagen. Het soort luchtvaartuigen van de Ashvins werden onder dezelfde naam beschreven in de oude Vedische teksten net zoals de sigaarvormige luchtvaartuigen van de Atlantiërs in het boek "A Dweller on Two Planets" (1894). Dit zou dus kunnen betekenen dat de Atlantiërs, uit Atlantis-stad, bij de inwoners van het oude India bekend waren als de Ashvins en in Noord-Europa als de Asen; de goden.

Het eeuwenoude "Thet Oera Linda Bok" (Het Oera Linda Boek) uit Nederland (het oudste gedeelte zou dateren uit het jaar 2194 v.Chr.) vermeld het onder water komen te staan van een groot Atlantisch eiland dat "Atland" (Fries: "Atlân") werd genoemd, veroorzaakt door vulkaanuitbaristingen, aardbevingen en snelle veranderingen van het zeespiegelpeil. De groepering welke volgers waren van de godin Freyja, vluchtten naar de plaats die men later "Frya's Land", noemde en op het moment bekend is als de Nederlandse provincie Friesland en de inwoners worden hedendaags Friezen genoemd. Het Friesche "Atlân" kan worden vertaald als "oud land" en lijkt op het Azteekse "Aztlán" dat vertaald kan worden als: "plaats van de oorsprong" betekend. (De volledige tekst van het boek is hier online te lezen in het Engels:www.sacred-texts.com/atl/olb/index.htm)

De oude geschriften van de Azteken en de Maya's: de Chilam Balam, Desden Codex, Popuhl Vuh, Codex Cortesianus en Troano Manuscript zijn tevens geïnterpreteerd als verslagen over de verwoesting van zowel de legendarische continenten Atlantis en Lemurië.

De Engelse schrijver en uitvinder James Churchward (1851-1936) schreef verscheidene boeken over oude geschriften die volgens hem uit Zuidoost-Azië kwamen en over Atlantis en Mu zouden gaan.

Volgens het boek "The Mythical Origin of the Egyptian Temple" (1969) van E.A.E. Reymond, vertellen de oude Egyptische annalen op de binnenzijde van de westelijke ommuring van de Tempel van Horus te Edfu over een vulkanische eilandengroep in het westen waaruit hun eerste thuisland bestond, en dit zou betrekking kunnen hebben op Atlantis.

Volgens vele oude geschriften en overleveringen van onder andere de Grieken, de Egyptenaren, de Maya's en de Azteken, vele inheemse Amerikaanse stammen, de Basken uit Spanje, de Galliërs uit Frankrijk, de stammen van de Canarische Eilanden en de Azoren, en de Friezen uit Nederland, zou hun eigen volk oorspronkelijk afkomstig zijn geweest van een groot verzonken land in de regio van de Atlantische Oceaan.

De drie cataclysmen

De befaamde helderziende Edgar Cayce (1877-1945) verwees tevens naar Atlantis als feit - niet als fabel. In een aantal van zijn lezingen sprak hij over vorige levens waar mensen ooit hadden geleefd in Atlantis. Van Edgar Cayce's 14,306 gedocumenteerde lezingen werd Atlantis precies in 700 (wat minder is dan 5%) van zijn lezingen genoemd.

Volgens zijn lezingen was Atlantis ooit een reusachtig continent van het formaat van Europa met inbegrip van het deel van Azië in Europa, dat uitstrekte van de Golf van Mexico tot de Middellandse Zee. Door woeste natuurrampen verloor het door vele eeuwen heen echter zoveel land dat er uiteindelijk nog één groot eiland overbleef, dat uiteindelijk ook onder de zee verdween. Bewijzen voor deze verloren beschavingen zouden gevonden kunnen worden in de Pyreneeën en Marokko aan de ene kant, en in de Britse Honduras, Yucatán en Amerika aan de andere kant van de wereld. Sommige delen met inbegrip van Brits-West-Indië en de Bahama's waren ooit onderdeel van dat reusachtige continent en de eilanden van de Azoren waren ooit haar hoge bergtoppen.

 
Edgar Cayce

De lezingen van Edgar Cayce suggereren dat zo'n 52.000 jaar geleden, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen een verschuiving van de magnetische polen van de aarde veroorzaakte, met als resultaat dat Atlantis land verloor en eventueel een eilandengroep werd bestaande uit vijf eilanden. Tijdens de opschuddingen vonden de eerste migraties in kleine aantallen vanuit Atlantis plaats naar het oosten en westen. Hun vroegste nederzettingen bevonden zich in de regio van de Pyreneeën in Frankrijk en Spanje en later in Centraal- en Zuid-Amerika.

In de "Encyclopædia Britannica", de oudste en meest prestigieuze Engelstalige encyclopedie, wordt vermeent dat de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden, "Guanchen" genoemd, oorspronkelijk van het Cro-Magnonras zouden zijn. Archeologie vertelt ons dat de Cro-Magnonmens  rond 35.000 v.Chr. in verscheidene golven de westkusten van Europa en Noord-Afrika binnenvielen. Volgens de theorieën van de Schotse folklorist Lewis Spence en theosofische schrijvers als William Scott-Elliot, zouden deze mensen immigranten geweest zijn van het Atlantische continent.

Vrij vertaald uit: "The History of Atlantis (1927)" geschreven door Lewis Spence:

"De ontdekking van dit ras [Cro-Magnonmens] .... wekte meteen grondige belangstelling binnen de wetenschappelijke wereld, want de hoogte en hersencapaciteit welke opgemerkt werd in de hervonden skeletmodellen was zo uitzonderlijk dat antropologen gedwongen werden tot de conclusie dat eens een veel hoger type mens zou moeten hebben verbleven in Europa." (pagina 80)

Binnen het tijdsbestek van 28.200 tot 18.000 v.Chr. zou er een verschuiving van de magnetische polen van de aarde plaats hebben gevonden dat hevige vulkaanuitbarsingen veroorzaakte en vervolgens leidde tot grote aardsveranderingen dat het begin van de laatst bekende ijstijd betekende. Volgens Edgar Cayce's zou de Bijbelse zondvloed de tweede van de grote overstromingen zijn geweest welke zou zijn gebeurd in het jaar "twee-duizend-twee-twee-duizend en zes" [22.006?] v.Chr (Edgar Cayce Reading 364-6). Gedurende deze periode verloor Atlantis opnieuw land en uiteindelijk bleef één groot eiland over welke verbonden was met een ketting van eilanden die tevens verbonden was met het land van Noord-Amerika. Vanwege de opschuddingen migreerden grote groepen mensen gedurende deze tijd naar andere veiligere plaatsen in de wereld waaronder: de Amerika's, Egypte, India, Perzië (het hedendaagse Iran) en Arabië. (Cayce Reading 364-13).

De voornaamste overgebleven landgebieden in dit deel van de wereld waren de eilanden van Poseidia in het noorden, in het gebied van Brits-West-Indië, Aryan in het midden van de Atlantische Oceaan en Peru in het westen (in de oudheid bekend als het land van Og). Er waren ook twee kleinere eilanden welke bekend waren als Atalya en Eyre, die onder de heerschappij van Aryan vielen.

In de Mahábhárata, één van de oude Sanskrietteksten uit het oude India (geschat op 600 v.Chr. maar mogelijk veel ouder), wordt verwezen naar "Atala", het "Witte Eiland", welke gelegen zou zijn in het verre westen. Vaak werd geloofd dat deze beschrijving zou kunnen betekenen dat dit eiland bedekt zou zijn met sneeuw, zoals Groenland of Antartica, maar zou het kunnen zijn dat de tekst eigenlijk de blanke huidskleur van haar inwoners bedoeld? En zou het kunnen dat dit eiland hetzelfde eiland geweest zou zijn als het Atlantische eiland "Atalya"?

Vrij vertaald uit deel CCCXXXVII van de Mahábhárata:

"De mensen die het eiland bewonen hebben gelaatskleuren welke zo wit zijn als de stralen van de maan en zij zijn toegewijdt aan Narayana... Inderdaad, the inwoners van het Witte Eiland geloven en aanbidden enkel één God."

Volgens James Tyberonn (www.earth-keeper.com) die volgens eigen zeggen "Aartsengel Metatron" channelt, zouden de Poseidiërs over het algemeen volgers van de ideologie van de "Wet van Één" betroffen hebben, terwijl de Ariërs de ideologie van de "Zonen van Belial" aanhingen. Atlantis (Poseidia) zou in haar laatste fase overgenomen zijn door de Aryans/Ariërs, wiens ideologie zorgde voor het spirituele en morele verval en de aanstaande vernietiging. (De vernietiging welke volgens Edgar Cayce's genoemde tijd van rond 17.400 v.Chr.)

De naam "Aryan" is afgeleid van het woord "Arya" uit het Sanskriet, wat "edele" oftewel "adellijke" betekend. In de oude Sanskrietteksten worden mensen gewoonlijk Arya of Anarya ("niet-edele") genoemd gebaseerd op hun gedrag. De term Ariërs wordt gewoonlijk gebruikt als aanduiding voor de Iraanse volkeren en de Noord-Indiërs (Indo-Ariërs) en de ruimere etnische groep waartoe deze volkeren behoren. Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt vooral in de Westerse wereld echter de term "Indo-Iraniërs" gebruikt. De naam "Iran", wat in de oudheid Perzië genoemd werd, zou ruwweg vertaald kunnen worden naar "Land van de Ariërs". De Perzische koning Darius I, ofwel Darius de Grote, zou van Arische komaf zijn volgens de volgende inscriptie gevonden in het Iraanse Naqsh-e Rustam:

"I am Darius, the Great King, King of Kings, King of countries containing all kinds of men, King in this great earth far and wide, son of Hystaspes, an Achaemenian, a Persian, son of a Persian, an Aryan, having Aryan lineage."

(Bron: www.cais-soas.com)

De Duitse filosoof Friedrich von Schlegel betoogde in zijn boek: "Über die Sprache und Wisheit der Indier (1808)", dat uit India afkomstige Ariërs de grondleggers van de eerste Europese beschavingen waren geweest. Volgens bepaalde occulte teksten (mogelijk van Helena Blavatsky) zouden de Ariërs hun oorsprong hebben in de beschaving van Atlantis. Adolf Hitler was overtuigd van de occulte informatie over Atlantis en ondernam pogingen om te zoeken naar de vermeende superieure technologie welke een groot voordeel zou zijn in het gebruik voor oorlogsdoeleinden. Hij geloofde zelfs dat het Arische ras het meest verheven mensenras zou zijn en idealiseerde dit ras als het model voor de als superieur geachte "übermensch". Het Arische ras werd typerend omschreven als: lang, blank van huidskleur, met blond haar en blauwe ogen.

Vele schrijvers die zich bezighouden met het onderwerp van buitenaardse bezoekers zijn het er unamiem over eens dat de oorspronkelijke Ariërs in feite afstamden van de Marsbewoners die in de oudheid naar de aarde waren gevlucht, oftewel de "zonen Gods" die in de Bijbel werden genoemd en de "wachters" in apocryfe teksten. Volgens Zecharia Sitchin's vertaling van de eeuwenoude Soemerische kleitabletten waren zij de Igigi; een groep afkomstig van een kolonie op Mars en die deel uitmaakte van een grotere groep: de Anunnaki, en welke vandaag de dag gezien worden als de oude Mesopotamische goden. (Zie de hoofdstukken: "De zonen Gods en de mensendochters" en "Zecharia Sitchin over het Marsgezicht".) Er zou misschien een verband kunnen zijn tussen het woord "Ariër" en de Griekse god Ares (Engels: Aries), later bekend bij de Romeinen als de god Mars (de god van de oorlog), en zou dan misschien kunnen betekenen: "afkomstig van Ares/Mars".

Volgens Edgar Cayce onderging Atlantis rond het jaar 17.400 v.Chr. een grote verwoesting, welke hij "de eerste verwoesting van Atlantis" noemde. (Cayce 364-11.) De tweede en laatste verwoesting gebeurde in 9.900 v.Chr, aan het einde van de laatste ijstijd. Hier zorgde opnieuw een verschuiving van de magnetische polen van de aarde voor aardsveranderingen waardoor de laatst overgebleven grote eilanden van Atlantis in de zee verzonken. Slechts de verspreide bergtoppen bleven over, welke nu bekend zijn als de eilanden van de Azoren. De mensen die gedurende deze tijd konden ontsnappen vluchtten naar plaatsen waaronder: Egypte, Yucatan, en Mexico. (Cayce Reading 364-1 en 288-1.)

Plato's dialoog "Timaeus" noemde tevens meerdere grote overstromingen die in de oudheid zouden hebben plaatsgevonden en maakt tevens vermelding van een verheven mensenras dat leefde gedurende deze tijden:

"Zoals voor de genealogieën van u die u zojuist aan ons vertelde, Solon, ze zijn niet beter dan de verhalen van kinderen. In de eerste plaats herinner je slechts één enkele zondvloed, maar er waren vele anderen die hiervoor plaats hebben gevonden, in de tweede plaats, je weet niet dat er vroeger in uw land het beste en edelste ras van mensen woonde, dat ooit heeft geleefd, en dat u en uw hele stad afstammen van een kleine groep nageslacht of overgeblevenen van hen, die het hebben overleefd. En dit was u onbekend, omdat voor vele generaties, de overlevenden van die vernietiging stierven, geen geschreven woord achterlatend."

(Uit Plato's: "Timaeus" (21a-27b))

Technologische vorderingen

Volgens de lezingen van Edgar Cayce, zou het zo'n "200.000 jaar" hebben geduurd om tot een technologisch vergevorderd onwikkelingsniveau te komen. (Cayce Reading 364-4.) In de vroege periode leerde men al om gas te gebruiken voor transportballonnen gemaakt van dierenhuiden, men ontdekte elektriciteit en in latere tijden ontwikkelde men vliegende "schepen", geavanceerde communicatievormen en een energiecentrale die werkte door middel van een "groot kristal" dat de energieën van de zon, de maan en andere kosmische energieën kon vangen en bewaren.

Eerst werd de energie van het "Grote Kristal" gebruikt als een spiritueel gereedschap voor degenen die de geweldige energie aankonden. Later werd het gebruikt om het menselijk lichaam te verjongen en voor de verzending van energie door het land, zoals radiogolven, wat vaartuigen en voertuigen aandreef die zich begaven over het land, door de lucht, en onder de zee met de snelheid van het geluid. Men was ook in staat om reusachtige stenen te laten zweven door het veranderen en opheffen van de zwaartekracht, vanwege een groter begrip van de werking van de natuur, geluid en trillingen.

Het grote kristal werd ook wel de "Tuaoi steen" of "Vuursteen" genoemd, en werd beschreven als reusachtig van formaat, zeszijdig, cylindrisch qua lengte, prismatisch qua vorm en opalescent (bijna doorschijnend) qua verschijning. Het was een  groot cylindervormig glas (zoals we het vandaag zouden noemen), gesneden met facetten op een manier dat de deksteen bovenop het kristal het centraliseren mogelijk maakte van de energie/kracht die zich concentreerde tussen het einde van de cylinder en de eigenlijke deksteen (Edgar Cayce Reading 440-5.) Het kristal kon afgestemd worden op verschillende niveau's om energie te produceren en was behuisd in een koepel waar een soort van isolatiematerialen werden gebruikt welke verwant waren aan asbest.

In het Bijbelboek Ezechiël wordt er gesproken over "vurige stenen" welke zich bevonden zouden hebben op de "berg van God". (Zie
 Ezechiël 28:14 en 28:16.) Niemand weet met zekerheid wat er bedoeld wordt met deze vurige stenen. Zou het kunnen dat dit het soort "vuurstenen" betrof welke zouden zijn gebruikt in Atlantis?

De ramp dat de tweede periode van opschuddingen veroorzaakte (vanaf 28.000 v.Chr.), zou volgens Edgar Cayce het resultaat geweest zijn van het te hoog afstemmen en overladen van hun grootste kristalgenerator welke zou zijn geweest in het gebied van de eilanden van Bermuda in de Atlantische Oceaan dat we vandaag de dag kennen als de Bermuda Driehoek. Een soort van ondergrondse batterij waarin zeer grote hoeveelheiden energie welke opgeslagen werden raakte op een gegeven moment overladen en zorgde voor een heftige explosie. Men kan wel voorstellen dat dit tot een zou leiden tot enorme opschuddingen in de aardkost met als gevolg het zinken van veel landmassa.

Deze nu beschadigde generator zou periodiek een heftige verschuiving van ongeconcentreerde elektromagnetische energie teweeg brengen dat in staat was haar directe omgeving te dematerialiseren, wat zowel bij schepen als vliegtuigen voorgekomen zou zijn. De hedendaagse wetenschappelijke theorie is dat dit gebied gevaarlijk is vanwege bepaalde gassen welke zouden opstijgen vanaf de bodem van de oceaan welke the natuurlijke draagkracht van water en lucht daarbij ongedaan zou maken. Dit zou echter alleen een bedreiging kunnen vormen door de ontsnapping van een grote hoeveelheid gas uit de bodem. Dit wordt echter beschouwd als hoogst onnatuurlijk, dus hoe is het dan mogelijk dat dit gas in zo'n grote hoeveelheid kan ontsnappen? Zelfs lekken en boringen kunnen hier niet voor zorgen.

Volgens de lezingen van trance-medium Daan Akkerman (zie het boek "Atlantis en ufo's (2003)) had planeet Aarde van origine twee manen en er bestonden er geen getijden; geen eb en vloed. Toen een enorme meteoor op de aarde dreigde neer te storten probeerden de mensen deze van baan te veranderen met behulp van een vorm van nucleaire fusie. Helaas mislukte dit waardoor de meteoor insloeg en één van de manen vernietigde. De opschudding van deze onevenwichtigheid zorgde voor het ontstaan van de getijden van de oceanen waardoor het enorme continent van Atlantis op den duur verdeeld raakte in meerdere grote eilanden en later kleinere. Deze inslag en daarbij ook het gebruik van technologie voor verkeerde doeleinden, wat ervoor zouden zorgen dat de natuurkrachten zich tegen de mens zouden keren, was het begin van de ondergang van Atlantis. Verscheidene diersoorten sterfden uit welke de meeste hedendaagse wetenschappers foutief dateerden op miljoenen jaren oud, terwijl dit slechts 25.000 jaar geleden zou zijn.

Trance-medium Douglas James Cottrell beschreef de Atlantiërs als een "rood ras" met een rode huidskleur, welke in harmonie leefden met de natuur. (Hij bedoelde hiermee waarschijnlijk het oorspronkelijke ras.) Ze begrepen zeer goed hoe te leven binnen de wetten van de natuur. De druïden; de overgeblevenen van Atlantis, kenden geometrie, astronomie, ze begrepen elektriciteit en laser: de concentratie van licht. Ze geloofden dat de geest in alle dingen was en ze immiteerden de natuur in hun ondernemingen. Zo zouden hun machines hetgeen nabootsen wat te vinden was in de natuur: Hun boten zouden lijken op vissen, eigenlijk meer specifiek: walvissen, en hun vliegtuigen zouden lijken op vogels zoals de arend en de havik. Zelfs de ontwerpers van schepen en vliegtuigen van vandaag de dag bootsen hetgeen na wat ze zien in de natuur. Hun invloed breidde zich uit naar alle windstreken, wat te zien is aan de verscheidene rasters (Cottrell bedoeld waarschijnlijk de prehistorische megalitische bouwwerken die geplaatst zouden zijn op lijnen en kruisingen van deze lijnen van het (hypothetische) elektromagnetische aardraster) of piramides op aarde.
(Bron: Rev. Douglas James Cottrell PhD: the purpose of Stonehenge in England, door Rammsteinregeln.)

Een schip in de vorm van een walvis is een interessant gegeven omdat dit zou kunnen betekenen dat de vis of walvis (afhankelijk van de vertaling) in het Bijbelverhaal Jonah, dan misschien wel een Atlantisch schip of duikboot geweest kon zijn in plaats van een echte walvis, die Jonah "ingeslikt" zou hebben. Het is namelijk onmogelijk om te overleven in de buik van een echte walvis en zeker niet zo lang als de genoemde "drie dagen en drie nachten", omdat zijn maagzuren fataal zouden zijn voor ieder mens. Heel misschien zou het ook wel kunnen zijn dat vliegtuigen in de vorm van een arend afgebeeld kunnen staan op de oude basreliëffen uit het oude Mesopotamië, welke vandaag bekend zijn als afbeeldingen van de "Farohar" en de "gevleugelde schijf", maar het is waarschijnlijker geacht dat het de hemel of God symboliseert, of één of meer goden. (Zie het hoofdstuk: "Oude Anomaliën: De raadselachtige gevleugelde schijf" voor nadere informatie.)

Het boek: "A Dweller on two Planets" (1894) (doorgegeven door de opgestegen meester Phylos de Tibetaan en geschreven door Frederick S. Oliver) beschrijft vele aspecten van de Atlantische beschaving rond 11.160 v.Chr., inclusief geologische ligging, gebouwen, religie, educatie, technologie en politiek. Volgens het boek was er een kastenstelsel in Atlantis dat leidde tot grote onderlinge competitie. Om deze reden waren er veel hoog opgeleide mensen die het recht hadden op hogere functies, betere kansen en burgerrechten. De lager opgeleide mensen eindigden in de lagere klassen die in armoede leefden en het vaak moeilijk hadden. In Atlantis-stad leefde iedere bevolkingsklasse in een verschillend gebied in Atlantis.

Artistieke interpretatie van Atlantis.

Merkwaardigerwijs beschreef het boek verschillende soorten technologie welke nog niet bekend waren in het jaar 1894 (het jaar waarin dit boek werd uitgegeven), zoals onder andere: een draagbaar en draadloos communicatieapparaat waarmee men over lange afstanden met elkaar kon spreken en dat - net zoals de hedendaagse mobiele telefoon - afbeeldingen kon verzenden, een geweer dat elektriciteit gebruikte in plaats van kogels, vliegmachines die werkten op basis van anti-zwaartekrachttechnologie, watergenerators, en een soort batterij die men tijdelijk in voertuigen kon plaatsen zodat deze opgeladen werd en waarvan de energie later omgezet kon worden in hitte en praktisch gebruikt kon worden om bijvoorbeeld te koken. Vreemd genoeg werd er ook vermeld dat, alhoewel men deze apparaten had verloren, men deze in de twintigste eeuw weer zou herontdekken.

Er waren ook mensen met sterke paranormale vermogens en er wordt zelfs beschreven dat iemand met slechts één enkele blik in steen werd veranderd. Dit laatste zal de ongetwijfeld de meeste mensen bijzonder ongeloofwaardig doen klinken en kenners van de Griekse mythologie zullen hier ongetwijfeld aan de mythe van Medusa denken die hetzelfde kon. Toch is in 2005 herontdekt dat verstening in feite binnen enkele dagen - in plaats van miljoenen jaren - op een kunstmatige manier mogelijk is, en wordt onder andere gebruikt om hout te verstenen voor het gebruik in de bouw, mogelijk op basis van het onderzoek van de ontdekking van de Italianse anatomist Giovan Battista Rini (1795-1856), die een methode had gevonden om overleden mensen te "verstenen" middels een chemisch proces dat lijkt op de manier waarmee men tegenwoordig hout kan verstenen. (Bronnen: sciencedaily.com ennews.nationalgeographic.com) Nu dat het bewezen is dat organisch materiaal binnen enkele dagen kan verstenen zouden we ons opnieuw de vraag moeten stellen over de ouderdom van de versteende resten van de dinosauriërs, aangezien er meerdere aanwijzingen zijn dat mens en dinosauriër ooit samen geleefd zouden hebben.

Volgens het boek (pagina 205) zou deze geavanceerde technologie en kennis al negen eeuwen voor de laatste verwoesting van Atlanis verloren zijn geraakt. De productiestad Marzeus was ten onder gegaan aan corruptie en de wetenschap die gebaseerd was op de "navaz"; de mysterieuze natuurkrachten was zo ver verloren geraakt dat luchtschepen waren vergeten of werden beschouwd als halfmythische geschiedenis.
Toen Plato Atlantis beschreef in zijn dialogen was deze vorm van geavanceerde technologie dus al eeuwen verloren geraakt en waren de Atlantiërs toegewezen op meer primitieve vormen van transport, zoals houten schepen om in zee te varen. Plato beschreef in "Timaeus" dat Atlantis een dominante militaire macht was dat oorlogen waagde met andere delen van de wereld om land te veroveren voor kolonisatie. De trotse Atlantiërs die eens zo oppermachtig waren dankzij hun technlogie werden dan ook erg vernederd toen ze verslagen waren in hun poging om door te dringen tot de stad die later bekend zou staan als Athene, dankzij de heldhaftige militaire acties van de vrouwelijke leider van de Hellenen (de oude Grieken).
Aanwijzingen voor deze verloren, mogelijk Atlantische technologie zijn te vinden in en rondom de oude megalitische bouwwerken die zich over de hele wereld bevinden zoals in Egypte, de Amerika's, Baalbek, Engeland en vele anderen. Vaak zijn deze gebouwd met reusachtige stenen blokken die soms meerdere honderden tonnen wegen, waardoor het ondenkbaar is hoe men deze heeft kunnen plaatsen en vooral: hoe men deze heeft kunnen tillen zonder het gebruik van de krachtigste mechanische kranen.
Het valt op te merken dat men op een gegeven moment stopte met het gebruik van deze grote en zware stenen voor bouwdoeleinden, wat zou kunnen betekenen dat men in deze tijd definitief de kennis had verloren van deze technologie. Bewijs hiervan is te vinden in het restauratiewerk in bijvoorbeeld de oude stad Machu Picchu waar men met kleine stenen de gaten heeft gevuld welke ontstaan waren door aardbevingen en de zeer zware rondslingerende stenen bij het fundament van de tempel van Jupiter in Baalbek, Libanon. Ook in Egypte zijn er zeer zware rondslingerende stenen te vinden in bepaalde graven waarbij het lijkt ofdat men deze nooit meer van zijn plaats heeft kunnen krijgen.

De oude volkeren konden daarnaast ook de hardste steensoorten snijden en bewerken met zo'n nauwkeurige precisie dat ze wel leken te zijn gesneden met lasertechnologie, eigenlijk zelfs net iets preciezer dan wat wij vandaag de dag met laser zouden kunnen bewerkstelligen. Deze opmerkelijke vorm van steenbewerking vindt men in en bij de megalitische bouwwerken van Egypte, Puma Punku en Cuzco. Deze prestaties zouden beschouwd kunnen worden als het definitieve bewijs voor oude verloren geavanceerde technologie en daarom zou het meer serieuze aandacht en onderzoek verdienen. Het bouwen in grote steenblokken zou men hedendaags kunnen beschouwen als primitief maar het is feite enorm duurzaam en stabiel. Het voordeel hiervan is dat bijzonder weerstandig is tegen aardbevingen en enorme stormen. Moderne gebouwen die gemaakt zijn met metaal en kleine, zachtere steensoorten zullen nooit duizenden jaren kunnen bestaan vanwege natuurlijke invloeden zoals vochtigheid, corrosie en erosie.


Atlantische luchtvaartuigen

De oudste beschrijvingen van vliegmachines werden genoemd in de oude geschriften van India, de Veda's en vooral in de Mahábhárata, Bhágavata Purána en Rámáyana, en worden "Vimana" genoemd, wat in enkele moderne Indiase talen (nog steeds) het woord is voor "vliegtuig". Deze luchtvaartuigen konden zelfs in de ruimte reizen aangezien er een gevecht wordt beschreven tussen twee luchtvaartuigen op de maan. Deze werden beschreven in verschillende vormen en groottes: sigaarvormig, zeppelin-achtig, schotelvormig, driehoekig en zoals een dubbeldekker. (Zie:www.hinduwisdom.info en Wikipedia.)

Het boek "A Dweller on Two Planets" (een verblijver op twee planeten), uit 1894, beschrijft een zeker luchtvaartuig dat veel gebruikt werd in de technologisch gevorderde tijd van Atlantis. Dit luchtvaartuig had de vorm van een cylinder en had een serie raampjes, zoals een modern passagiersvliegtuig maar dan zonder vleugels en een staart. Volgens de beschrijving maakte toestel geen gebruik van aerodynamische krachten, die normaal gesproken de vleugels zouden dragen, maar van de kracht van de zwaartekracht en zijn tegenpool de zogenaamde anti-zwaartekracht.
Het toestel werd in het boek "vailx" genoemd (vailxi in meervoud) en is, afgezien van een net iets andere schrijfwijze: "vailix"
 (spreek uit als "veelks" of "velix"), dezelfde naam voor de vliegmachines van het Ashvinvolk dat genoemd werd in vele oude Sanskrietgeschriften uit India. Dit zou dus ook betekenen dat de Atlantiërs bekend waren als de Ashvins/Asvins in het oude India, welke volgens de oude Indiase teksten Vedische goden geweest zouden zijn die de opkomst en ondergang van de zon symboliseerden en voor het opkomen van de dageraad in de lucht verschenen in een gouden (strijd)wagen. De Ashvins zouden de mensen zekere schatten hebben gegeven en zouden ongeluk en ziektes hebben afgewend. Op zich zou het niet zo verwonderlijk geweest zijn dat men de technologisch geavanceerde Atlantiërs inderdaad als goden zag die door de lucht konden vliegen.

Men zegt dat wanneer de 18-jarige auteur van dit boek deze informatie zou hebben doorgekregen, hij onmogelijk bekend kon zijn met deze oude Sanskrietteksten. Verder zouden vliegtuigen, afgezien van enige vroege experimenten, pas uitgevonden zijn in het jaar 1899, toen de Amerikaanse gebroeders Wright hun eerste vliegtuig ontwikkelden, namelijk een kleine tweedekker die gevlogen werd als een vliegtuig. Zijn beschrijving van een luchtvaartuig dat doet denken aan een modern passagiersvliegtuig, alleen dan zelfs nog geavanceerder, is op z'n minst opmerkelijk te noemen.

Vrij vertaald van pagina 75 uit het boek:

"Onze vailx had de grootte van het gemiddelde verkeer, deze vaartuigen werden gemaakt in vier standaardlengtes: nummer één, ongeveer vijfentwintig voet; nummer twee, tachtig voet; nummer drie, iets van honderd-en-vijfenvijftig voet, terwijl de grootste tweehonderd voet langer was dan de derde grootte. Deze lange spillen waren in feite ronde, holle naalden van aluminium, gevormd van een buiten- en binnenomhulsel waartussen vele duizenden dubbele T-klampen waren, een opstelling dat zorgde voor een intensieve stijfheid en kracht. Alle scheidingen maakten andere klampen van toegevoegde weerstandskracht. Vanaf midscheeps waren de schepen kegelvormig naar ieder uiteinde naar scherpe punten. De meeste vailxi waren bevoorraad met een opstelling dat, wanneer men wenste, een open wandeldek mogelijk maakte aan één uiteinde. Ramen van kristal, met een enorme weerstandskracht, waren in rijen zoals patrijspoorten langs de zijkanten, een paar aan de bovenkant, en anderen in de vloer geplaatst, dus een uitzicht verschafte in alle richtingen."

  
"Vailx" (uit "A Dweller on Two Planets").


"Luchtschip-onderzeeër die het water ingaat"
(uit "A Dweller on Two Planets").

Afgezien van de invloed van de Sanskriet-teksten worden in het boek tevens woorden gebruikt die gelijken op woorden van de Meso-Amerikaanse talen (bijvoorbeeld het woord "Incal"), Oud-Grieks en Latijn. Niet alleen het meer frequente gebruik van de letter "x'' in woorden, maar ook het "-i" achtervoegsel in de meervoudsvorm is duidelijk aanwezig in zowel in Grieks en Latijn. De Engelse uitspraak van het woord: "vailx" ofwel "vailix" (spreek uit als "veelks" of "velix") lijkt opmerkelijk genoeg veel op het Latijnse/Griekse woord: "velox", dat "snel, vlot" betekend en is - zoals het Griekse woord: "velo" - gerelateerd aan het Engelse woord: "velocity"; een woord voor "snelheid". In het Grieks en ook in het Frans is "velo" het hedendaagse woord voor "fiets"; een voertuig dat snel is in vergelijking met te voet lopen, en op een gelijksoortige manier zou het woord "vailx" in essentie kunnen duiden op een manier van snelle verplaatsing. Mogelijk zouden we vandaag de dag "vailx" kunnen vertalen als een "speeder" of iets in die geest.

Tevens het boek "The Story of Atlantis" (1896), door William Scott-Elliot, noemde klaarblijkelijk dit soort luchtvaartuigen nog voordat de gebroeders Wright hun eerste succesvolle vlucht maaktten. Ze werden hier "lucht-boten" genoemd omdat ze qua vorm leken op een boot maar dan zonder dek. Ze zouden zo'n 100 mijl (150 km) per uur kunnen vliegen maar met slechts een hoogte van een paar honderd voet (30,5 meter). Ze bestonden eerst uit zeer dun hout maar werden later gemaakt van een legering van lichte metalen dat het nog steviger en lichter maakte en wat er wit uitzag van kleur, zoals aluminium. Het kon vertikaal opstijgen en zich horizontaal verplaatsen door middel van een stuwkracht die van een etherische aard zou zijn, en die vanuit een generator in het midden van het luchtvaartuig door twee horizontale en acht verticale buizen geleid, en vervolgens uitgelaten kon worden. Deze horizontale buizen waren bestuurbaar waardoor hun hoek aan te passen was en dus de richting van de stuwkracht. (Volgens het boek is haar informatie gebaseerd op onderzoek van helderziende bronnen en klaarblijkelijk de informatie van de Theosofische Gemeenschap. (Het is hier in zijn geheel te lezen in het Engels: www.sacred-texts.com/atl/soa.)

In een zekere lezing noemde de helderziende Edgar Cayce tevens schepen die zich zowel in de lucht als onder water konden begeven. (Zie Edgar Cayce Reading 2157-1.) De Amerikaanse helderziende Paul Solomon zag het Atlantische eiland, dat hij Poseida noemde, alsof het wel een totaal verschillende wereld leek omdat hij overal zoveel vliegmachines zag. Hij beschreef een vaartuig dat overeenkomt met de "vailx" uit Oliver's boek: de vorm had als een lange cylinder, zonder vleugels, met slechts twee staartsteunen aan de onderkant die eruitzien als koper. De aandrijving van deze machine kwam van twee bronnen, van boven en vanaf de kant van de aarde. Er is magnetisme afkomstig van de zon of van de kosmische krachten die inwerken op het schip en er is magnetisme vanaf de aarde dat inwerkt op het schip. Deze schepen werkten door een balans te scheppen tussen deze twee krachten, en hiervoor werd zonne-energie gebruikt om het magnetisme van de aarde tegen te gaan. De aandrijvingskracht is van de aard dat we een laserstraal zouden noemen dat werkt door een koperen geleider dat in twee lange kanalen over de onderkant van het schip loopt.

Tevens zag Paul Solomon een andere, ongebruikelijke vliegmachine waarvan hij niet wist waar dit was maar hij nam aan dat dit onderdeel was van het Atlantische bestaan. Het was een éénpersoons luchtvaartuig waar men in lag met het hoofd naar voren, ongeveer zoals men op een motorfiets zit. Het werd met de handen bestuurd vanachter een windscherm dat transparant leek vanaf de zijde van de bestuurder en dat beelden liet zien van wat er naderde. De vleugels waren gestrekt en naar beneden gekromd bij de uiteinden en waren net iets langer dan de armen van een man, misschien twee voet langer aan iedere kant. Deze machines waren zwart van kleur en werden aangedreven door elektromagnetische krachten. Ze leken bekwaam om er hoog mee de ruimte in te gaan, op de één of andere manier, zonder kwalijke effecten voor de bestuurder. (Bron: Paul Solomon's Source Readings, reading nr.5, Maart 1972.)


Één van de Colombiaanse
"Gouden vliegtuigjes".


Een ander "Gouden vliegtuig".

Deze beschrijving doet wel enigszins denken aan de raadselachtige kleine objecten (ongeveer 8-12 cm lang) welke door sommigen "gouden vliegtuigjes" worden genoemd (zie boven). Deze kwamen van de Tolima Indianen in Colombia en er wordt vernomen dat ze op z'n minst 1.500 jaar oud zijn. (Aangezien ze van goud zijn is precieze datering niet mogelijk.) Museums uit Duitsland en Colombia die deze objecten vertonen menen dat deze objecten fictieve figuren voorstellen verwant aan vliegende vissen, insecten en vogels.

Bij nadere beschouwing lijken ze wel modellen van machines die gebouwd zijn met geavanceerde kennis van technologie en aërodynamiek. Deze modellen lijken te zijn uitgerust met een horizontale en vertikale stabilisator en als we naar bepaalde modellen kijken kunnen we zelfs roeren en hoogteroeren ontdekken, terwijl andere modellen gebouwd zijn op een manier dat de stabilisatoren zelf zouden kunnen werken als roeren en staartroeren. Verder zien we dat de romp gedeeltelijk open is alsof men er in zou kunnen liggen, we zien een windschild, en cylinders die mogelijk met de aandrijving te maken kunnen hebben. Het lijkt goed overeen te komen met de beschrijving die Paul Solomon gaf over deze vliegmachines waarvan hij vernam dat ze waarschijnlijk eens onderdeel uitmaakten van het Atlantische bestaan.

De Zwitserse schrijver Erich von Däniken, met name bekend vanwege zijn populair boek: "Waren de goden kosmonauten?" (1968), ondernam een experiment waar men schaalmodellen nabouwde van deze "gouden vliegtuigen". Deze modellen waren ongeveer één meter in grootte, gemaakt van gesmolten plastic en werden aangedreven door één propellor aan de voorkant. Ze bleken na de testvlucht aërodynamisch te zijn en konden met in de lucht blijven.
(Zie de video: "The Mysterious World - Search for Ancient Technology".)

Trance-medium Daan Akkerman noemde in één van zijn readings dat deze buitenaardse "engelen" (zie het hoofdstuk: "Mesopotamische Geschriften") de mogelijkheid hadden om zich naar wens te materializeren en dematerializeren, gedurende de vroege tijden van Atlantis en daarvoor, en hadden de mogelijkheid om te reizen tussen tijd en dimensies van tijd, met behulp van vervoersmiddelen die leken op kleine vliegtuigjes. Misschien waren deze "Gouden Vliegtuigjes" wel nabootsingen hiervan. Eklal Kueshana, de schrijver van het boek "The Ultimate Frontier" (de uiterste grens), beschreef een nog een ander soort Atlantisch luchtvaartuig. Hij schreef in een artikel uit 1996 dat de vailixi eerst werden ontwikkeld in Atlantis rond 18.000 v.Chr. en gedurende deze tijd zouden de meeste luchtvaartuigen de vorm hebben van wat wij vandaag de dag zouden herkennen als een vliegende schotel. Volgens zijn beschrijvingen waren ze schotelvormig met drie halfronde motorgondels aan de onderkant en ze gebruikten een mechanisch antizwaartekrachtsapparaat welke aangedreven werd door motoren die ongeveer 80.000 pk ontwikkelden. De "(strijd)wagen" die gezien en beschreven werd door de Bijbelse profeet Ezechiël zou misschien wel zo'n schotelvormig luchtvaartuig geweest kunnen zijn. Zijn beschrijving van "wielen in wielen" suggereert namelijk een schotelvormig ontwerp. Edgar Cayce noemde in verband met de Atlantische luchtvaartuigen: "de manieren van vervoer, de manieren van communicatie waren toen zoals Ezechiël beschreef op een latere datum" (Edgar Cayce Reading 1859-1). Volgens trance-medium Douglas James Cottrell nam Ezechiël een voertuig waar dat aangedreven werd door het gebruik van zwaartekracht en antizwaartekracht. (Zie de video: "Ezekiel's wheel, the Garden of Eden, and the Dinosaurs' demise", door Rammsteinregeln.)

Tevens in de "Hakatha"; de "Wetten van de Babyloniërs", wordt de aanwezigheid van "vliegmachines" genoemd. Zou het inderdaad kunnen dat de oude Babyloniërs, en mogelijk de voorgaande Soemerische beschaving, eens een soort van vliegmachines tot haar beschikking hadden? Misschien konden deze machines gebruik maken van het anti-zwaartekrachtnetwerk dat opgezet werd door de Atlantiërs. (Meer hierover in het hoofdstuk: "Oude Anomaliën: De Raadselachtige Gevleugelde Schijf".)Aangehaald uit het betreffende stuk van de Hakatha: "Het voorrecht om een vliegmachine te besturen is geweldig. De kennis van het vliegen is één van de oudste van onze erfenissen. Een cadeau van 'degenen van uit de hoogte'. Wij ontvingen het van hen om er vele levens mee te redden."  (Bron: www.crystalinks.com/ancientaircraft.html)


Afbeelding uit Nürnberg's nieuwsblad van 4 april 1561

Op 14 april 1561 beschreef het nieuwsblad van de Duitse stad Nürnberg dat op de dag van 4 april een gevecht in lucht zou hebben plaatsgevonden tussen snelbewegende kogels, kruizen, wielen en buizen (zie afbeelding hierboven). Na ongeveer een uur zouden deze objecten op de aarde zijn gestort, waarbij ze leken te branden en tenslotte op de grond met veel rook vergingen. Tegenwoordig is het verhaal een populair voorbeeld geworden van ufo's in de oudheid, omdat niemand met zekerheid kan zeggen wat hier zich nu werkelijk zou kunnen hebben afgespeeld. De buizen op de afbeelding doen denken aan vailxi, terwijl de kogels misschien vliegende schotels zouden kunnen voorstellen. De zwarte pijl illustreert waarschijnlijk de naald van een kompas dat op het noorden is gericht, om aan te geven dat het tafereel werd gezien in de oostelijke richting.

De futuristisch ogende Atlantische vailxi gelijken sterk op de beschrijvingen en tekeningen van de zogenaamde sigaarvormige ufo's welke gemeld zijn sinds het jaar 1942 tot zelfs op de dag van vandaag. (Zie o.a.: www.ufoevidence.org.) Mogelijk was de vroegste officiële waarneming te vinden van een gelijksoortig object in het rapport van de bemanning van 61 eskader kapitein W/O Lever, dat werd gezien tijdens de aanval op Turijn (Noord-Italië) op de nacht van 28 en 29 november 1942:

"Het object werd gezien door de gehele bemanning van het vliegtuig boven. Ze geloofden dat het 200-300 voet in lengte was en de breedte is geschat op éénvijfde of éénzesde van de lengte. De snelheid was geschat op 500 mijl per uur, en het had vier rijen van rode lichten op gelijke afstanden verspreid over het toestel Deze lichten zagen er op geen enkele manier uit als uitlaatvlammen; geen spoor werd waargenomen. Het object behield een vlakke gang. De bemanning zag het object twee maal gedurende de aanval en korte details zijn hieronder gegeven."

(Vrij vertaald van: www.ufomystic.com/2008/02/21/cigar-ufos)


Zouden deze waarnemingen te maken kunnen hebben met deze Atlantische luchtvaartuigen? Zo ja, wat zou dit dan kunnen betekenen? Omdat de vroegste officiële meldingen van deze toestellen tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatsvonden, zou het misschien mogelijk zijn dat enkele van deze "Atlantische" toestellen al eens eerder gevonden werden en behandeld worden als een militair geheim? Zou het kunnen dat deze luchtvaartuigen en andere geavanceerde kennis en technologie afkomstig was van een verontwikkelde buitenaardse beschaving, zoals de eerder genoemde Marsbewoners die naar de aarde waren gevlucht? Want zonder geavanceerde ruimteschepen is het namelijk niet mogelijk om in een fysiek lichaam, van vlees en bloed, van Mars naar de aarde te reizen. (Meer over Mars in het hoofdstuk over
 Mars.)

Nederlands trance-medium Daan Akkerman legde uit in zijn boek: "Lanto 1: Atlantis en ufo's (2003)", dat ufo's twee verschillende zaken kunnen betreffen, namelijk: fijnstoffelijke bezoeken vanaf verre dimensies en beelden van een werkelijkheid buiten onze tijd, afkomstig uit het Lemurische tijdperk, die voor de mens zichtbaar kunnen worden onder ideale omstandigheden. Ook het Canadese trance-medium Douglas James Cottrell gaf nagenoeg dezelfde verklaringen voor dit fenomeen in zijn e-book: "Unexplained 1 (2013)", waar hij naar de Atlantische voertuigen verwees die zich konden verplaatsen door zowel de lucht als het water door middel van magnetisme en anti-magnetisme en verklaarde dit soort waarnemingen als het in contact komen met wat plaats vond in het verleden. (Mogelijk kunnen we dit zien als een soort van energetische luchtspiegeling vanuit de oudheid.) Zowel Daan Akkerman en Douglas James Cottrell verklaren dat er geen grofstoffelijk buitenaards leven bestaat binnen ons universum, maar dat er wel leven is in andere dimensies en in andere universa.


Asteroïde of ruimteschip, midden op foto?

In het jaar 2007 dook er een verhaal op van een stad en een oud ruimteschip dat gelegen zou zijn op de verre kant van de maan van iemand die zichzelf William Rutlegde noemde en een lid beweerde te zijn van de Apollo 20 bemanning. Uiteindelijk werd bewezen dat dit verhaal bedrog was, en daarbij ook zijn geclaimde identiteit en zijn zelfgefabriceerde films en foto's. Hoe dan ook, zijn verhaal was duidelijk gebaseerd op de officiële foto's van de Apollo 15 en 17 missies, welke, hoe dan ook, weldegelijk een cylindervormig object tonen. (Zie de afbeelding hierboven en de foto's van Apollo 15 op de officiële site van NASA: afbeelding 9625 en afbeelding 9630.)

Het lijkt een groot object dat voor een gedeelte uit een krater steekt en het lijkt ook uit te blinken in de directe omgeving. Zou dit een neergestorte astroïde kunnen betreffen of toch mogelijk een ruimteschip? Alhoewel het lijkt op een cylindervormig luchtschip zoals beschreven in het boek van Fredrick S. Oliver, zal het onwaarschijnlijk zijn dat dit een ruimteschip of luchtvaartuig kan zijn omdat dit object volgens de schaalverhouding een lengte zou hebben van 3 tot 5 kilometer.

In ieder geval zouden we niet kunnen zeggen dat het onmogelijk is om vliegende schotels en dergelijke te maken. Op 16 maart 2011 maakte het Iraanse persbureau Fars namelijk bekend dat de overheid van Iran een vliegende schotel had ontwikkeld. De uitvinder, de Iraanse kernfysicus Mehran Tavakoli Keshe, legde uit dat hij een speciale plasmareactor had ontwikkeld dat het zwaartekrachtsveld alswel het veld van magnetisme kon manipuleren om zo beweging te produceren. Keshe heeft zijn kennis inmiddels met overheden over de gehelen wereld verdeeld zodat zijn technologie op vele terreinen toegepast zou kunnen worden en dat het niet in de handen zou komen te vallen van een kleinere meerderheid die deze informatie voor zichzelf zou kunnen houden en het mogelijk misbruiken.


Enorm grote beesten
De helderziende Edgar Cayce noemde in zijn lezingen tevens enorm grote beesten ("huge beasts") en reusachtige hagedissen ("giant lizards") welke nog geleefd zouden hebben gedurende de vroegere tijden van Atlantis. Volgens zijn lezingen zouden de eerste aapachtige mensen die in grotten grotten verbleven leefden in de periode van 10.500.000 v.Chr. (Edgar Cayce Reading 2665-2). Rond 50,000 v.Chr. zouden enorme vleesetende beesten het voortbestaan van de mensheid hebben bedreigd in vele plaatsen op de wereld. Om deze reden bouwde men gigantische constructies om deze grote beesten buiten de steden te houden en tevens voor de stabiliteit van de aarde tegen aardbevingen. Later zou er een vergadering zijn geweest van mensen uit vijf naties van verschillende plaatsen op de wereld waar de beslissing gemaakt werd om deze dieren uit te roeien, want anders zou de mensheid niet kunnen overleven (Edgar Cayce Reading 262-39).

Eerst werden giftige gassen gebruikt in de grotten waar deze beesten zich verbleven. Dit was echter geen groot succes omdat deze gassen terugkwamen naar de mensen vanwege veranderingen in de wind en vaak had het effect dat deze beesten woedend naar buiten kwamen. Uiteindelijk had men ze de das omgedaan met explosieven en door het uitzenden van "superkosmische stralen" van verscheidene centraal gelegen planten. In het jaar 1932 vertelde Edgar Cayce dat deze stralen ontdekt zouden worden binnen de volgende 25 jaar, en zou mogelijk kunnen gaan over de latere (her)ontdekking van de antineutronenstraal. Er was nog een andere straal welke een uitstralende kracht vormde door de opslag van energie in een klein isolerend kristal met speciale magnetische eigenschappen, zodat het kristal meer energie doorgeeft dan dat het ontvangt. Dit doet denken aan de laser, wat tevens voor de jaren zestig nog niet uitgevonden was.

De vele enorme gaszakken werden opengeblazen in de holen van de dieren wat zorgde voor vulkaanuitbarstingen en aardbevingen in de nog steeds langzaam afkoelende aarde en veroorzaakte de eerste continentale catastrofe dat zowel Lemurië als Atlantis trof; De as van de wereld begon te verschuiven, wat leidde tot het begin van de laatste grote ijstijd. Lemurië werd eerst gestroffen waarna kort daarop Atlantis volgde. Na deze catastrofe waren de enorme beesten vrijwel uitgestorven.

Zou het kunnen dat Edgar Cayce met deze enorm grote beesten en reusachtige reptielen de dinosauriërs, onder andere, bedoelde? Zou het kunnen zijn dat deze dieren hebben geleefd tot in de relatief vroege tijden van Atlantis? Edgar Cayce is niet de enige die dit beweerde, aangezien andere helderzienden het bestaan van enorme, op het moment uitgestorven dieren genoemd hadden die in dezelfde tijd als de mensen zouden hebben geleefd. Trancemedium Daan Akkerman verklaarde dat de meeste moderne wetenschappers de overblijfselen van deze dieren foutief op miljoenen jaren oud hadden gedateerd, het zou namelijk gaan om dieren van "slechts" 25.000 jaar geleden.

Volgens trance-medium Douglas James Cottrell was 23.000 jaren geleden de tijd van de "Grote Vergadering" van alle leiders van de wereld om alle grote beesten (welke we vandaag de dag "prehistorisch" zouden noemen) uit te roeien welke destructief waren en beschouwd werden als een bedreiging voor de aarde. Deze beesten waren de reden voor de bouw van bepaalde oude ondergrondse "steden", waar deze beesten niet binnen konden komen. Hij was tijdens een sessie eens gevraagd over het uitsterven dan de dinosauriërs. Deze beesten zouden een beetje een ongemak zijn voor de mensen die in deze tijd leefden, wat suggereerd dat er op gejaagd werd zoals Edgar Cayce ons beschrijft. Als voornaamste oorzaak noemde hij echter een verschuiving van de rotatie van de planeet en dat daardoor deze beesten daardoor deze beesten in zeer koude klimaten terecht kwamen, maar als voornaamste reden noemde hij de grote massa's water die over het continent trokken. Het bewijs hiervoor zou te vinden zijn in de opeenstapelingen van botten welke men vindt langs heuvels, bergketen of richels, waar hun karkassen naar toe zijn gedreven en daarin zijn blijven hangen, soms in grote groepen. (Bron: Rev. Douglas James Cottrell DTM Session: Ezekiel's Wheel, the Garden of Eden, and the Dinosaurs' demise, door Rammsteinregeln.)

De hedendaagse moderne wetenschap meent dat alle dinosaurussoorten plotseling geheel uitgestorven waren rond 65 miljoen jaar geleden, mogelijk door een grote ramp, en dat de mens niet in dezelfde tijd als de dinosauriërs zou hebben geleefd. Volgens archeologisch onderzoek zijn er geen restanten werden gevonden die gedateerd werden op jonger dan 65 miljoen jaar oud. Zou het mogelijk kunnen dat de conclusies gebaseerd op deze dateringen niet juist zijn? De enige restanten die we vandaag de dag van dinosauriërs kunnen vinden zijn versteende botten en steen als materiaal is met geen enkele dateringstechniek, die we vandaag de dag kennen, direct te dateren. Het is lang aangenomen dat verstening miljoenen jaren nodig zou hebben, maar zoals uitgelegd in het vorige hoofdstuk: "Technologische vorderingen", het is sinds het jaar 2005 ontdekt dat - onder speciale omstandigheden - het mogelijk is dat verstening slechts binnen enkele dagen kan gebeuren, misschien volgens een zeker tot op heden nog niet ontdekt natuurlijk proces.

Meestal wordt gekeken hoe diep de versteende restanten in de grond zijn gevonden. Men stelt dan vast in welke grondlaag deze restanten gevonden zijn en iedere grondlaag vertegenwoordigd een zeker tijdperk waarin deze dinosaurus zou hebben geleefd; hoe dieper hoe ouder. Dit zou mogelijk kunnen kloppen als de aarde altijd relatief rustig geweest zou zijn maar dat was de aarde zeker niet; De aardbodem was bijzonder actief in het verleden met tektonische activiteit, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, dramatische aardsveranderingen, en grote overstromingen. De tijdsperiode vaststellen slechts aan de hand van de aardlaag waarin deze gevonden is lijkt dan wat te kort door de bocht.

Wetenschappers zouden de verkeerde conclusie hebben getrokken dat de dinosauriërs miljoenen jaren geleden volledig uitgestorven zouden zijn. Het zou mogelijk kunnen zijn dat bepaalde dinosaurrussoorten het langer hebben overleefd dan gedacht. Mogelijk kunnen we bepaalde mythen, legendes en folklore als aanwijzingen beschouwen dat enkele dinosauriërs op z'n minst nog tot in de middeleeuwen zouden kunnen hebben bestaan. Het begrip "dinosauria" werd officiëel gebruikt in het jaar 1842 door paleontologist Sir Richard Owen maar voor deze tijd werden deze beesten mogelijk al genoemd in de mythen en legenden maar dan onder de naam "draken".

Grote hagedissen zoals de Komodovaraan ("Komodo Dragon" in het Engels) leven nog tot op de dag van vandaag, net zoals krokodillen, hagedissen, slangen, schildpadden en haaien; Deze soorten bestaan al miljoenen jaren lang, dus waarom zou het onmogelijk zijn dat andere, nu uitgestorven reptielen het veel langer overleefd zouden kunnen hebben? Natuurlijk ontbreekt het hiervoor aan bewijs, maar als dit werkelijk zou gaan om de laatste overlevenden van een soort dan is het zoeken naar dit bewijs dan natuurlijk het zoeken naar een speld in een hooiberg.

Draken zijn genoemd in de Noordse, Griekse en Chinese mythologie en in middeleeuwse legendes zoals de verhaal van Sint-Joris en de Draak". Volgens beschrijvingen en afbeeldingen waren het vaak lange slanke, slang- of hagedisachtige wezens, meestal met vier poten en soms met vleugels, en alhoewel ze meestal niet zo enorm groot zouden zijn, waren het nog steeds levensgevaarlijke roofdieren. Sommige middeleeuwse afbeeldingen van draken lijken sterk op de draken zoals afgebeeld in Chinese kunst. (Zie bijvoorbeeld deze afbeelding uit het werk "Roman de Brut" van de veertiende eeuwse dichter Wace.) De draak is tevens één van de twaalf tekens uit de oude Chinese dierenriem, waarvan de rest van de dieren bestaande, niet-mythologische dieren zijn, wat zou suggereren dat de draak ook ooit eens werkelijk bestaan zou kunnen hebben.

Draken werden zelfs al genoemd in de Tenach en zowel het Oude als in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Het oorspronkelijke Klassiek-Hebreeuwse woord: "Tanniyn" wordt namelijk gewoonlijk vertaald als: draak, serpent of zeemonster. In het boek Job vinden we een lijst van indrukwekkende dieren waaronder de "Behemoth" (zie :
 Job 40:15-24) en de "Leviathan" (zie de boeken: Job, Psalm en Jesaja). Gedurende de middeleeuwen werd de Behemoth geïnterpreteerd als een olifant totdat de Franse Protestantse pastoor Samuel Bochart in zijn "Hierozoicon" (1663) suggereerde dat het een nijlpaard kon zijn, wat de meest voorkomende interpretatie tot nu toe bleef. De veronderstelling dat het een dinosaurus geweest kon zijn is nog niet zo'n oud idee. Volgens de summiere beschrijving was de Behemoth een enorm groot dier dat gras at, net zoals een viervoetige plantenetende dinosaurus zoals de Brachiasaurus of de Diplodocus. De Leviathan werd beschreven als een krachtig slangachtig zeemonster met ledematen, wat doet denken aan de Plesiosaurus of de meer angstaanjagende Mosasaurus, beide enorme prehistorische zeewezens. Volgens trancemedium Daan Akkerman zou het verhaal in het "boek van Job" plaats hebben gevonden in het pre-Atlantische tijdperk van Lemurië (900.000 tot 250.000 v.Chr. volgens Edgar Cayce).

In de apocriefe teksten vinden we het verhaal van "Bel en de Draak", waar de Babylonische koning Nebukadnezar een grote draak in de tempel hield van de (valse) afgod Bel. ("Bel" is Babylonisch voor "heer".) Deze draak zou er mogelijk uit hebben gezien zoals het dier dat nu bekend is als de zogenaamde "Mushhushshu", welke eeuwenlang afgebeeld werd in oude Babylonische kunst, en welke tevens te zien is op de muren van de
 "Ištarpoort" uit Babylonië. (Zie het hoofdstuk: "Legendarische schepsels".)


Één van de vele Ica-stenen.

       


Dit lijkt een scene uit te beelden waar mensen op dinosauriërs jagen.

Niet alleen in de literatuur maar ook in de kunst uit de oudheid zijn er zijn talloze afbeeldingen van wezens die sterk gelijken op dinosauriërs. Gedurende de zestiende eeuw brachten Spaanse conquistadores verhalen terug over stenen waarop vreemde wezens stonden afgebeeld, welke ze gevonden hadden in een grot in de buurt van Ica, een regio van Peru. Ze dachten dat het ceremoniële begrafenisstenen waren van de Nazca-cultuur. Enkele van deze stenen nam men zelfs mee naar Spanje. In zijn werk: "Relacion de antique dades d'este reyno del Peru", schreef de Indiaanse geschiedsschrijver Juan de Santa Cruz Pachucuti Llamgui al in het jaar 1571 over deze vreemde gegraveerde stenen van Ica, lang voor de allereerste overblijfselen van een dinosaurus werden erkend in de vroege negentiende eeuw. Volgens zijn werk werden deze stenen "Manco" genoemd en werden gevonden in de "Koninkrijk van Chperu"- tombe in Chinchayunga.

De Ica-stenen werden pas gepopulariseerd in 1970 door Dr. Javier Cabrera, een Peruviaanse arts die zo'n gegraveerde steen ooit eens als een verjaardagscadeau kreeg. Binnen vijfendertig jaar had hij meer dan 11.000 van dit soort gegraveerde stenen verzameld. De duidelijk geïllustreerde stenen van andesiet vertonen mensen, dinosauriërs (van het Jura-type), rituele en seksuele voorstellingen, en het gebruik van geavanceerde technologie zoals telescopen, sterrenkaarten, vrij gedetailleerde kaarten van de aarde (waar mogelijk zelfs het continent van Atlantis op afgebeeld staat), en meer.


Deze steen lijkt een zeer abstracte

wereldkaart met zowel Amerika (midden),

als Lemurië (links) en Atlantis (rechts).

Het is aannemelijk dat de figuurtjes in de vierkante vakjes aantonen wat voor diersoorten en vegetatie leefde binnen

dat gebied.


Ook deze steen lijkt een wereldkaart met inbegrip van het grote continent van Atlantis (links van het midden).

Onderzoek heeft uitgewezen dat de erosie van deze afbeeldingen minimaal is en daarom wordt door velen aangenomen dat ze niet heel erg oud kunnen zijn. De oxidatie in één van de Ica-stenen werd echter gedateerd op een ouderdom van op z'n minst 55.000 jaar oud, wat het nagenoeg precies in de tijdsperiode plaats die door Edgar Cayce genoemd werd toen de dinosauriërs nog geleefd zouden hebben, coëxisterend naast de mensheid. (Voor meer informatie en foto's zie:http://nazcamystery.com en http://www.jseaward.co.uk)


Enige keramieken figuurtjes uit Acámbaro.


In de Mexicaanse stad Acámbaro zouden gedurende het jaar 1944 duizenden figuren van keramiek zijn gevonden welke lijken op dinosauriërs, en daarbij soms zelfs menselijke figuren die deze dinosauriërs berijden. De meeste onderzoekers zijn in de veronderstelling dat deze figuren ofwel bedrog zijn vanwege de vreemde vormen van een aantal figuren, of niet oud kunnen zijn vanwege de reden dat dit soort figuren nog steeds gemaakt zouden worden door traditionele kunstenaars. Dit is echter geen goede reden omdat de mogelijkheid natuurlijk bestaat dat deze moderne fabricaties juist replica's of imitaties zouden kunnen zijn van oorspronkelijk eeuwenoude figuren.
Vaak wordt van deze figuren gezegd dat er geen betrouwbaar bewijs is voor de echtheid van deze figuren als echte eeuwenoude kunstvoorwerpen. In 1955 gaf een radiometrische C14-dating van deze figuren in New Jersey echter een leeftijd aan tussen 1.600 v.Chr. en 1.110 n.Chr. Nog verrassender was dat de Universiteit van Pennsylvania 18 bijkomende stukken dateerde op een leeftijd van rond 2.500 v.Chr. (Bron: http://mexicanarcheology.tripod.com)


Afbeelding van een uitgestorven diersoort in een Boedhistische tempel?


Een close-up.


Een foto van iets opzij.


Bij de ruïnes van een oude Boedhistische tempel genaamd: Ta Prohm, in de buurt van Angkor Wat in Cambodja, staat een steenreliëf waar afbeeldingen zijn van mensen, verschillende bekende dieren en wat lijkt op mythologische wezens. Rond deze dieren zien we decoraties die mogelijk de cycli van de schepping voorstellen, misschien wel verwant aan de evolutie van deze dieren. Tussen deze dieren is een zeker dier te zien dat platen op zijn rug lijkt te hebben, precies zoals een stegosaurus.

De kop van het dier is echter te groot voor iedere stegosaurus-soort die we vandaag de dag kennen, want Stegosauria hadden namelijk proportioneel gezien een kleine kop. Sommigen veronderstellen dat deze platen onderdeel zijn van de omringende omringende ornamenten, maar dit lijkt niet het geval te zijn omdat deze platen vergelijkbaar zijn met die van een stegosaurus en niet volledig overeenkomen met de vormen van de ornamenten, en daarbij zijn dit soort platen of ornamenten absent bij de overige uitgebeelde dieren boven en onder de "stegosaurus".

Afgezien van de platen lijkt het dier enigszins op een neushoorn, zoals de Sumatraanse neushoorn met een veel kleinere hoorn. Maar neushoorns hebben echter maar een dunne en korte staart in plaats van de dikke staart die we hierboven zien. Vanwege de relatief grote kop, de zware bouw, en het blijkbaar ontbreken van een hoorn, deelt het dier enige karakteristieken met de toxodon; een zoogdier dat leek op de neushoorn zonder hoorn, dat uitgestorven zou zijn aan het einde van het Pleistoceen, zo'n 12.000 jaar geleden. Maar zoals de neushoorn had ook de toxodon een dunne en korte staart. Of het nu een stegosaurus is of niet, het lijkt er in ieder geval op dat het een prehistorisch, nu uitgestorven dier betreft.

Boven dit wezen is overigens ook nog een ander wezen afgebeeld (zie de afbeelding linksboven) dat misschien wel een andere dinosaurussoort of een ander uitgestorven dier zou kunnen betreffen. (Zies8int.com en www.genesispark.com voor meer informatie over dinosauriërs in oude literatuur, kunst en geschiedenis.)


Geografisch bewijs
Dr. Cedric Leonard legde uit in zijn boek: "A Geological Study of the Mid-Atlantic Ridge" (1979), dat als alle nu aanwezige continenten van de aarde 200 miljoen jaren geleden ooit onderdeel van één enkel groot continent waren geweest, dat er nog genoeg ruimte over zou zijn voor nog een ander groot continent in de noordelijke helft van de Atlantische Oceaan.

De Mid-Atlantische Rug of Midden-Atlantische Rug is een grotendeels onder water liggende bergketen in de Atlantische Oceaan dat zich van noord tot zuid uitstrekt van zo'n 330 km van de noordpool tot het eiland Bouvet dichtbij Antartica. De ontdekking dat de centrale kloof op de rug seismisch actief is zou geleid hebben tot de theorie van oceanische spreiding en de acceptatie van Alfred Wegeners' theorie van continentendrift. Volgens de theorie zouden hier, simplistisch gezegd, twee enorme tektonische platen uit elkaar zijn geschoven waar in de rug zelf nieuwe oceanische korst wordt gevormd.


De verschillende tektonische platen van de wereld.


Als we onderwaterfoto's (zoals te zien met Google Earth) van deze bergketen nauwkeurig onderzoeken, dan zien we dat in het midden van de gehele bergketen een enorme gekartelde "scheur" loopt. Dit soort "scheuren" worden in feite breuklijnen genoemd en omlijnen in feite de grenzen van een bepaalde tektonische plaat. We zien dat de breuklijn van Mid-Atlantische Rug precies de locatie doorkruist waar Atlantis eens gelegen zou moeten hebben. Dit zou verklaren waarom het continent Atlantis meerdere malen te kampen zou hebben gehad met extreme natuurrampen aangezien het immers in een kwetsbaar gebied lag. Zou het kunnen dat Atlantis in de diepte van de oceaan verdween vanwege de verschuiving van de tektonische platen?

De botsing van twee tektonische platen zou ervoor kunnen zorgen dat bepaalde gedeeltes van de aarde of zeebodem stijgen waar aan de uiterste zijde deze juist dalen. Het is bekend dat het Himalaya-gebergte tot op de dag van vandaag nog stijgt. (Bron: www.divediscover.whoi.edu) Edgar Cayce voorspelde eens dat delen van Atlantis opnieuw zouden stijgen, waarbij het eiland Poseidia één van de eersten zou zijn, en dat we dit zouden kunnen verwachten in het jaar 1968 of 1969. (Zie Edgar Cayce Reading 958-3.) Dit werd meestal zo geïnterpreteerd dat delen van Atlantis boven water zouden komen te liggen, maar dat heeft hij echter niet letterlijk zo gezegd.

Naast de zeespiegel is namelijk ook de zeebodem in staat om te stijgen en te dalen, en misschien dat in dit jaar er inderdaad een zeebodemsteiging had plaatsgevonden aangezien de Bimini Road per vliegtuig ontdekt werd in het jaar 1968.



De "Bimini Road".

De "Bimini Road" (Biminiweg) is een 0,8 kilometer lange en rechtlijnige onderzeese rotsformatie voor de kust van Noord-Bimini, welke bestaat uit kalkstenen rotsen of steenblokken die min of meer rechthoekig zijn. Alhoewel deze stenen kunstmatig gevormd lijken te zijn, en eens boven de zeespiegel gelegen zou kunnen hebben, doen vele onderzoekers de Bimini Road af als een volledig natuurlijke formatie. Natuurlijk zal iedere formatie er vanzelfsprekend "natuurlijk" uit gaan zien wanneer deze blootgesteld zou worden aan duizenden jaren van watererosie en de begroeiing van zeewier. Het merkwaardige is echter dat hier grote stenen gevonden zijn die boven op elkaar gestapeld zijn en dat er gereedschapssporen zijn aangetroffen op een tal van deze blokken waardoor het toch waarschijnlijk is dat mensen hier ooit iets gebouwd zouden hebben. (Zie de documentaire: Search for Edgar Cayce's Atlantis op Youtube.)

Velen denken dat de vondst bij de Bimini-eilanden de mogelijke herontdekking van Poseidia zou betreffen, maar dit berust op een misverstand. Vanwege Edgar Cayce's voorspelling dat Poseidia in 1968 zou stijgen én de vondst van de "Bimini Road" in dat betreffende jaar werd namelijk vaak gedacht dat dit om restanten van het eiland Poseidia zou gaan. Edgar Cayce had letterlijk gezegd dat Poseidia slechts één van de eerste porties zou zijn welke zouden stijgen, dus dit impliceert dat het niet het enige land was dat zou stijgen. Het grote eiland Poseidia zou namelijk volgens zijn lezingen in de Azoren hebben gelegen en niet in de buurt van Bimini. Dit wil zeker niet zeggen dat de Bimini Road niets met Atlantis te maken zou kunnen hebben, integendeel zelfs, want volgens Edgar Cayce zouden de oude verslagen, welke de methodes zouden beschrijven om het "Grote Kristal" of de "Vuursteen" te maken, in drie verschillende plaatsen in de wereld te vinden zijn, namelijk: in een gedeelte van de tempels in Poseidia, in Egypte en in de buurt van Bimini. (Zie Edgar Cayce Reading 440-5.)

In het verleden werd vaker beweerd dat men binnen de regio van de Bahama's gebouwen onder ze zee zou hebben aangetroffen. In het jaar 1968 zou een zekere Amerikaanse vliegtuigpiloot tijdens een vlucht over de Bahama's grote gebouwen onder water gezien hebben. Ook zou Dr. Ray Brown, volgens zijn eigen verhaal, een piramide hebben ontdekt in 1970, tijdens het duiken in het gebied van de Bahama's dat bekend was als de "Tong van de Oceaan", en waar hij tevens een grote kristallen bol zou hebben gevonden. Brown zou later herhaaldelijk terug zijn gekeerd maar het lukte hem echter niet om deze piramide terug te vinden. In het jaar 1977 zou men een piramide met een lengte van 198 meter (650 voet) hebben waargenomen, welke in een groene kleur oplichtte in het donkere zwarte water. Deze ontdekking werd gefotografeerd door de expeditie van Arl Marshall in de regio van Cay Sal. Ook de expeditie van Tony Benik zou een reusachtige piramide hebben waargenomen. In het magazine "The Planetary Connections", Britse editie, nummer 6, Winter 1994/5, werd tevens een ontdekking van een piramide in het gebied tussen het eiland van Bimini en de Cay Sal Bank met behulp van sonartechnologie beschreven. Volgens de ontdekker Kapitein Don Henry zou deze piramide "drie honderd voet hoger zijn dan de Cheops Piramide".


Sonar-scan van mogelijk megalitische ruïnes.


De stenen zien eruit alsof ze zijn uitgehakt.

In de maand juli van het jaar 2000 ontdekten diepzee ingenieurs Paul Weinzweig en Paulina Zelitzky met behulp van sonartechnologie grote megalitische bouwwerken (bouwwerken gebouwd met enorme stenen) welke zich 704 meter (2310 voet) onder water bevinden van de westkust van Cuba. (22 00'N, 85 00'W.) De stenen die men heeft bestudeerd zien er uit alsof ze door mensen zijn uitgehakt en met precisie zijn opgesteld. De bouwwerken lijken onderdeel te zijn van een grote verzonken stad. Volgens de journalist Luis Mariano Fernández was deze stad echter al tientallen jaren eerder ontdekt door de Amerikaanse regering met behulp van kernonderzeeërs. Gedurende de Cubacrisis in de jaren zestig zou men de algemene toegang tot dit betreffende gebied hebben ontzegd zodat het niet in Russische handen zou vallen. Op 28 mei 2002 maakte National Geographic de ontdekking van deze onderwaterruïnes officieel bekend. De vraag is natuurlijk of deze iets met Atlantis te maken hebben. (Bron van de bovenstaande afbeeldingen: www.luismarianofernandez.com.)

Een andere ontdekking werd gedaan gedurende de eerste helft van het jaar 2012, waar met name Amerikaanse en Franse wetenschappers in het gebied van de zogenaamde "Bermuda Driehoek" twee opmerkelijke doorschijnende piramides op de zeebodem waarvan elk groter zouden zijn dan de grootste piramides van Egypte. Vanwege de perfecte gladheid en de doorschijnende eigenschap denken deze wetenschappers nu dat deze piramides mogelijk van kristal of glas gemaakt zouden kunnen zijn. Volgens het onderzoek zouden er aan de bovenkant van de piramide twee grote gaten zijn waar er bij één gat water met zo'n hoge snelheid doorheen zou gaan dat het een reusachtige draaikolk (vortex) veroorzaakt. Mogelijk zou deze ontdekking het mysterie van de verdwenen schepen zou verklaren rond dit mysterieuze gebied als deze draaikolk onder bepaalde omstandigheden ooit een kracht zou hebben bereikt dat het zelfs schepen in de diepte zou kunnen sleuren.

In het jaar 2013 werd nog een andere piramidevormige structuur werd ontdekt in de buurt van de Bank De João de Castro, tussen de eilanden Terceirra en São Miguel (deel van de Azores) met behulp van dieptemetingen en het lijkt geen natuurlijke formatie. Volgens onderzoekers zou het 8000 vierkante meter beslaan en zou 60 meter hoog zijn - groter dan een voetbalstadium - en zou uitgelijnd zijn met het noorden en het zuiden, net zoals de piramides van Gizeh. De coördinaten van de locatie waren overgedragen aan Portugese bevoegden voor nader onderzoek. (Bron: "Before it's news" en de video :"Underwater Pyramid Discovered in Azores" (Youtube).)


Structuur in the buurt van de Azoren

Gedurende het begin van het jaar 2009 werd door luchtvaartkundig ingenieur Bernie Bamford een rasterpatroon ontdekt in de buurt van de westkust van Marokko op de digitale wereldkaart van Google. (Zie: 31 20'N, 24 19'W). Hierdoor onstond de speculatie dat dit mogelijk te maken zou kunnen hebben met Atlantis, totdat een woordvoerder van Google een paar dagen later uitlegde dat deze lijnen in feite de paden zouden zijn die de boten zouden hebben afgelegd die informatie voor de Google-kaarten zou hebben vergaart. 
De volgende tekst is vrij vertaald naar het Nederlands en afkomstig van InformationWeek, van 20 februari 2009:
"Wat gebruikers zien is een afwijking ("artifact") van het proces van gegevensverzameling", zei een woordvoerder van Google in een geëmailde verklaring. Gegevens van bathymetrie (of zeebodem terrein) zijn vaak verzameld door boten welke sonar gebruiken om metingen af te nemen van de zeebodem. De lijnen weerspiegelen het pad van de boot terwijl het gegevens verzameld. Het feit dat er open plekken tussen elk van deze lijnen zijn is een teken van hoe weinig we echt weten van de oceanen van de wereld."

"Het gebied weerspiegeld een vermenging van bathymetrische gegevens van sonar- en satelliethoogtemetingen, welke een gemiddelde geeft van de oceaanbodemtopografie gebaseerd op golflengte. Het samenkomen van deze twee gegevenssets, welke niet perfect op elkaar aansluiten, is hetgeen wat er voor zorgt dat het op een straatraster lijkt. Gelijksoortige rasterlijnen kunnen worden gevonden in andere delen van de oceaan waar de zeebodem nog geheel in kaart moet worden gebracht, zoals in de buurt van Hawaï."


Hoe dan ook, precies hetzelfde roosterpatroon was tevens zichtbaar op de afbeeldingsgegevens van het jaar 2010 en 2011. Zou men precies dezelfde fouten hebben gemaakt terwijl deze boten precies hetzelfde patroon volgden? Misschien dat men slechts de satellietbeelden in deze jaren vernieuwd heeft en dat men de sonargegevens heeft hergebruikt uit 2009. Volgens Google zouden de gegevens op de kaart van 2012 veel preciezer zijn en dat daarmee het volgens Google foutieve rasterpatroon gecorrigeerd zou worden.


 Afbeelding uit 2011 van het rasterpatroon.


Afbeelding uit 2012 (met minder detail).

In een artikel van Scripps News, dat gepubliceerd werd op 2 februari 2012, zouden volgens geofysicus (van Scripps) David Sandwell de kaarten van de originele versie van "Google Ocean" nog in een stadium van vroege ontwikkeling zijn welke duizenden blunders zou bevatten ten opzichte van de origineel gearchiveerde scheepsdata. Studenten van de UCSD zouden de vorige drie jaar de blunders hebben gecorrigeerd en tevens alle gegevens van de multibeam echolood hebben toegevoegd, waardoor de kaart van Google nu volgens Sandwell overeenkomt met de kaart die gebruikt wordt in de onderzoeksgemeenschap. Hij meende dat de bijgewerkte kaart van 2012 preciezere gegevens zou tonen wat het roosterachtige patroon dat in de populaire verslaggeving verkeerd geïnterpreteerd werd als bewijs voor de verloren stad van Atlantis in de buurt van de kust van Noord-Afrika. (Bron: SCRIPPS Institution of Oceanography.)
Alhoewel het veel minder opvalt, is het rechthoekige rasterpatroon weldegelijk opnieuw te zien op de afbeeldingsgegevens van het jaar 2012. In plaats van dat de gegevens preciezer zouden zijn was het echter zo dat de afbeeldingsgegevens uit het begin van dit jaar in dit gebied veel minder details tonen vergeleken met die van 2009, 2010 en 2011. Het is waarschijnlijk dat dit komt door de toegepaste afbeeldingscompressie, dat er voor zorgt dat afbeeldingen sneller geladen worden ten koste van een verlies in detail. Als we op dit raster uitzoomen in Google Earth/Maps zien we zelfs dat het rasterpatroon nu ook sterk differentiëert van de nabije omgeving, wat eerder niet het geval was. Op verschillende plaatsen waar in de vorige jaren nog details in de vorm van bijvoorbeeld bobbels te zien waren op de zeebodem, zagen we op de kaart van 2012 niets anders dan compleet lege lichtblauwe rechthoeken, wat erop kan duiden dat er veel detail is uitgewist met als reden dat het toch maar - volgens de woordvoerder van Google - om afbeeldingsfouten zou gaan.

Stel dat dit inderdaad overblijfselen zouden zijn van een verzonken nederzetting dan zouden deze rechthoeken van dit rasterpatroon zeker geen stenen zijn want gezien de schaal zouden sommigen van deze meer dan 12 km zijn (50 keer de grootte van een stadsblok in de stad van New York). Een realistischere benadering zou zijn dat het mogelijk om grote kanalen zou gaan. Plato's dialoog "Critias" (118e) beschreef een waterwegstelsel in Atlantis waardoor de bewoners het hout uit de bergen naar de stad brachten en vervoerden de seizoensproducten in boten door dwarsverbindingen die zij van het ene kanaal naar het andere en ook naar de stad hadden gegraven.