De Grote Sfinx van Gizeh

De Grote Sfinx van Gizeh is één van de oudste monumenten ter wereld en misschien wel de aller-oudste, en werd uitgehouwen uit één enkel reusachtig blok kalksteen. Het is mogelijk dat dit ook een steengroeve zou zijn geweest voor de blokken van één of meerdere van de Koningspiramides. De kleinere stenen blokken zoals te zien op de poten is mogelijk het restauratiewerk van de Romeinen. De Sfinx is 57 meter land, 6 meter breed en 20 meter hoog. De Sfinx stelt een leeuw voor met het hoofd van een mens. Tot vandaag de dag kan nog niemand echter met zekerheid zeggen naar wiens gelaat het gezicht is uitgehakt. Vaak wordt gedacht dat het zou gaan om de farao Kahfre, maar experts zeggen dat zijn gezichtskenmerken niet overeenkomen. Omdat het hoofd bijzonder klein is in verhouding met de rest van het lichaam, en overigens in mindere mate lijkt verweerd dan het lichaam, is het aannemelijk dat het hoofd oorspronkelijk een ander hoofd zou zijn geweest of de kop van een leeuw. Volgens de oud-Egyptische geschiedenis zou de Sfinx oorspronkelijk beschilderd zijn geweest met een rode kleur. Vele Egyptologen zijn in de veronderstelling dat de Sfinx werd gebouwd door de oude Egyptenaren uit de periode van het Oude Koninkrijk gedurende de heerschappij van de farao Khafre (rond 2.558-2.532 v. Chr). De Amerikaanse Egyptoloog John Anthony West vond echter sterk bewijs dat de Sfinx bloot had gestaan aan watererosie, wat met name bijzonder goed zichtbaar is op de muren van de omheining van de Sfinx. Volgens computermodellen waren er geen langdurige regenbuien in Egypte behalve in de tijd voor 7.000 v.Chr., wat betekend dat de Sfinx mogelijk veel ouder is dan door de meeste Egyptologen van vandaag wordt beschouwd. De heersende stroming Egyptologen zien het erosiepatroon als slechts het resultaat van winderosie, maar winderosie veroorzaakt geen gladde diagonale hellingen zoals in het geval van watererosie. Een andere mogelijkheid is de invloed van een grote overstroming aan het einde van de laatste ijstijd zo'n 10.000 jaar geleden. Trance-medium Daan Akkerman beweerde in zijn boek "Lanto 1: Atlantis en ufo's" dat de piramides in Egypte gebouwd waren door de erfgenamen van de beschaving van Atlantis, toen levitatie, materialisatie en dematerialisatie gewoonlijk werden gebruikt. De Sfinx zou van origine gebouwd zijn met de kop van een leeuw. Toen deze kop echter zeer verweerd was werd hier het gelaat van de regerende farao in uitgehakt. Dit verklaart waarom het te kleine hoofd uit proportie is vergeleken met de rest van het lichaam. Men wist gedurende deze tijden dat het tijdperk Leeuw grote veranderingen zou brengen voor de mensheid en de andere schepselen van de aarde, en dat de verdichting van materie zo sterk zou zijn dat men alleen nog maar kon werken door middel van de kracht van de materie. Alle oude kennis uit Atlantis en Lemurië zou zijn bewaard onder de Sfinx, vanwaar er een doorgang is naar een tunnelcomplex dat zou leiden naar een zeer diepe en zeer grote opslagplaats voor informatie welke de befaamde Amerikaanse helderziende Edgar Cayce tevens in zijn lezingen noemde als de "Zaal der Archieven" (Hall of Records).

Volgens Edgar Cayce zou de vroege beschaving van Egypte ontstaan zijn door kolonisatie van het gebied door degenen die oorspronkelijk van de beschaving Atlantis afkomstig waren en hun kolonies in specifieke plaatsen van Europa. Mogelijk bewijs hiervoor is de DNA-test van koning Toetanchamon welke gedaan werd in het jaar 2010; Wat uitwees dat zijn DNA voor 99,6% overeenkwam met West-Europese chromosomen. De Sfinx en de Grote Piramide zouden gebouwd zijn in de tijdspanne van 10.500 jaar v.Chr., en gedurende deze tijd zou de hogepriester Ra-Ta Egypte hebben geleid naar een gouden eeuw van vrede en verlichting. De Sfinx was oorspronkelijk bedoeld als een gedenkteken voor het hoofd van de raad genaamd Asriaio, wiens gelaat [later?] zou zijn verwerkt in de Sfinx. De Grote Piramide was volgens Edgar Cayce in tegenstelling tot het verslag van Herodotus gebouwd in een tijdspanne van honderd jaar, van ongeveer 10.490 v.Chr. tot 10.390 v.Chr. Dit project werd geleid door Ra, waarbij Hermes de architect was en Isis de adviseur. De geometrie van het bouwwerk zou de spirituele evolutie van de mensheid bevatten, met daarin zowel periodes van progressie als degressie, en het was gericht op zekere sterren.