Egypte

Er zijn tal van piramides in Egypte, maar degenen die het meest uitblinken op bouwkundig gebied zijn de zogenaamde "Koningspiramides" die te vinden zijn op het plateau van Gizeh. De grootste en meest oostelijk gelegen piramide van de drie, bekend als de "Grote Piramide" oftewel de "Piramide van Cheops", is de enige van de zeven wereldwonderen uit de oudheid, welke nog steeds bestaat tot op de dag van vandaag. Haar grootte beslaat meer dan zes hectaren en bestaat uit een massa van op elkaar gestapelde stenen met daarbinnen een aantal gangen die naar verschillende kamers leiden.
Volgens de oud-Griekse geschiedschrijver Herodotus zou deze piramide gebouw zijn in twintig jaar, maar als dat waar zou zijn dan zou men ononderbroken één stenen blok per vijf minuten voor twintig jaar moeten hebben gelegd, wat uitkomt op ongeveer 800 ton steen per dag, aangezien geschat wordt dat er zo'n 2,3 miljoen stenen zijn gebruikt voor de bouw van deze piramide.


De piramides op het
Gizeh-plateau in Egypte

De Grote Piramide is gelegen in het midden van de landmassa van de aarde op zowel de lengte- als de breedtegraad. Haar zijdes zijn bijna perfect georiënteerd op het noorden, oosten, zuiden en westen, slechts drie minuten van een graad verwijderd van het ware noorden. Dit is hoe dan ook een onvoorstelbare prestatie omdat de beste poging tot nu toe om een gebouw uit te lijnen met het ware noorden de plaatsing van het Observatorium in Parijs is, welke een afwijking heeft van 6 minuten van een graad. Volgens archeoloog E. Raymond Capt zou de Grote Piramide echter oorspronkelijk wel perfect uitgelijnd zijn en dat de minimale afwijking met het ware noorden te verwijten zou zijn aan een minimale inzinking van de bodem. Iedere zijde van de piramide helt heel lichtjes naar het midden waardoor deze piramide eigenlijk uit acht hoeken bestaat in plaats van vier, de reden hiervoor zou kunnen zijn dat dit het bouwwerk zelfs nóg meer stabiliteit geeft; Dit detail valt echter alleen op te merken als we recht boven de piramide omlaag kijken. Vele architecten en ingenieurs die deze piramide hebben bestudeerd menen dat het een bijzonder bouwwerk is dat we zelfs niet zouden kunnen namaken met de techniek van vandaag de dag.


Overblijfselen van de dekstenen aan
de voet van de piramide van

Menkaure


Dekstenen aan de top van
de piramide van Khafre

De piramides op het plateau van Gizeh waren oorspronkelijk volledig bedekt met gladde heldere dekstenen van zeer gepolijst kalksteen wat een prachtig gezicht moet zijn geweest. Er wordt gezegd dat er oorspronkelijk 144.000 dekstenen waren op de Grote Piramide. De meeste van deze stenen werden helaas verwijderd in latere tijden voor het gebruik in de bouw van moderne tempels, moskees en andere bouwdoeleinden. Een aantal van deze stenen staat nog steeds op hun plaats aan de top van de "piramide van Khafre" en aan de voet van de "piramide van Menkaure". Op de Grote Piramide zijn er geen enkele dekstenen meer aanwezig en daarnaast is mist het zelfs de top, wat er mogelijk op wijst dat deze top gemaakt was van een waardevol materiaal.


Voorstelling hou de Grote Piramide er eens uitgezien zou moeten hebben met dekstenen en een piramidion aan de top


 

Boven het dak van de zogenaamde "Koningskamer", welke bestaat uit negen stenen platen welke gezamenlijk zo'n 400 ton wegen, zijn vijf ruimten welke bekend staan als de "ontlastingskamers". In één van deze kamers genoemd: "Champbell's Kamer" (Champbell's Chamber), zijn er veronderstelde steenhouwersmerken en een cartouche op de blokken van het zuidelijke dak waarvan geloofd wordt dat hier de naam uitgebeeld wordt van de bouwer van de vermeende bouwer van de Grote Piramide, namelijk de farao Khufu, die volgens Egyptologen regeerde in de vierde dynastie van Egypte van 2.589 tot 2.566 v.Chr. De aanwezigheid van zeeschelpen aan de voet van de piramide zouden er echter op kunnen wijzen dat deze piramide, zoals tevens ook wordt getheoretiseerd door bepaalde Arabische historici, al zou kunnen zijn gebouwd voor een grote vloed (mogelijk aan het einde van de laatste ijstijd, zo'n 12.000 jaar geleden), lang voor de tijd waarin de farao Khufu zou hebben geleefd. Een andere cartouche werd gevonden op de zuiderlijke muur van "Lady Arbutnot's Kamer" waar men de tekst "Khnum-Khuf" aangetroffen had, waar vandaag de dag door velen geloofd wordt dat dit Khufu's werkelijke naam zou zijn geweest alhoewel dit nooit aangetoond is. De tekst: "Khnum-Khuf" zou hebben betekend: "de god Khnum beschermd me". Hoe dan ook, deze twee cartouches worden tot vandaag de dag beschouwd als het enige "bewijs" dat zou bewijzen dat Khufu de bouwer van de Grote Piramide zou zijn geweest.

De cartouche welke gevonden werd in Champbell's Kamer werd ontdekt in het jaar 1837 door de Britse soldaat, antropoloog en Egyptoloog Howard Vyse. Kort na de ontdekking werd Vyse er echter al van verdacht dat het Vyse zelf was die deze cartouche had aangebracht op deze hoogst ongebruikelijke plaats. Een lid van zijn eigen personeel merkte namelijk op dat de verf van de cartouche nog steeds nat was, wat natuurlijk een onmogelijkheid moet zijn voor een piramide van op z'n minst duizenden jaren oud.

Na een uitvoerig onderzoek gedurende het jaar 1980 raakte Zecharia Sitchin, schrijver en expert in oude talen (met name bekend vanwege zijn vertaling van de Soemerische kleitabletten), ervan overtuigd dat de cartouche van Vyse een vervalsing was. Volgens zijn onderzoek zou de naam van Khufu op de cartouche bij het optekenen verkeerd gespeld zijn en daarna gecorrigeerd. Naast het gegeven dat het zowiezo een beetje vreemd is om de naam van de vermeende farao verkeerd te schrijven is het nogal verdacht dat deze specifieke schrijffout ook voorkwam in het enige bronmateriaal over hiërogliefen dat beschikbaar was voor Vyse in het jaar 1837, en ook dat de specifieke verf gemaakt van rode oker, waarmee de cartouche zou zijn opgetekend in de oudheid, nog steeds in Egypte werd gebruikt in datzelfde jaar. Alhoewel er tevens onvervalsbare tekens te vinden zijn tussen en achter de stenen in de betreffende kamer, welke alleen zichtbaar zijn door barsten in bepaalde stenen, is de betreffende cartouche met de vermeende naam van Khufu echter duidelijk zichtbaar en waar gemakkelijk mee had kunnen worden geknoeid.

Er kan geen sluitend oordeel gegeven worden of deze cartouche nu echt is of niet tenzij men de rode oker-verf zou dateren, maar daar is tot op heden nog geen toestemming voor gegeven. Het moge ook duidelijk zijn dat deze ontlastingskamers niet toegankelijk zijn voor het grote publiek en slechts met bijzondere uitzondering mogen worden bezocht door onderzoekers. Vyse zou hoe dan ook weldegelijk een denkbare reden hebben gehad om zelf een vervalsing te maken en dat is omdat hij onder druk zou zijn gezet door zijn superieuren om het definitieve bewijs te vinden dat zou aantonen dat de Grote Piramide gebouwd zou zijn door Khufu, en als hij daarin niet zou slagen zou dit gevolgen hebben gehad voor zijn budget.