Groene kinderen in Engeland en Spanje 

Het verhaal over groene kinderen verscheen in Engeland in de 12de eeuw, in een kloosterkroniek, genaamd de “Gervase of Tilbury” daar werd melding gemaakt van de mysterieuze verschijning van twee kinderen, die plotseling verschenen in de buurt van Bury St. Edmunds. Op een warme zonnige dag rond 1150, zagen boeren en andere inwoners van het dorp Woolpit op ongeveer 7 miles afstand van Bury St. Edmunds, twee kinderen verbaasd rondlopen, alsof zij  gedesoriënteerd waren, bij de oeroude “putten” en “greppels” rond het dorp, die bij de inwoners bekend waren als de “Wol-putten”, alwaar de naam van het dorp kwam. Deze putten waren oeroud, en niemand wist wie de putten had gegraven. Het meest schokkende feit over de kinderen was de kleur die ze hadden, toen zij de inwoners van Woolpit naderden waren zij namelijk olijfgroen. Hun kleding was van een glanzende stof. De rest van hun lichaam was gelijk aan die van de gemiddelde Engelsman. De jongen overleed vrij snel na zijn verschijning en het meisje bleef een aantal jaren leven en verloor haar groene glans. Ze leerde Engels en vertelde dat zij uit een land kwam zonder zon en dat daar iedereen groen was. Het verhaal gaat dat ze met een Engelsman trouwde.
Hoewel het verhaal van de groene kinderen van Woolpit kan worden gevonden in een groot aantal boeken,  kan het werkelijke aantal bronnen voor het oorspronkelijke verhaal snel worden teruggebracht tot slechts een handvol eerdere teksten… om precies te zijn, drie. De meeste moderne versie van het verhaal is afgeleid van Thomas Keightley's The Fairy Mythology, gepubliceerd in 1850, waarin het verhaal wordt vertelt uit de twee vroegste bronnen. Deze eerste twee bronnen zijn van rond het jaar 1200, geschreven ca. zestig jaar na het moment van verschijning van de groene kinderen, nl. in Historia Rerum Anglicarum door Willem van Newburgh (ca 1136-1198), en Chronicon Aglicanum door Ralph van Coggeshall Abbey (?-ca 1227) en ook in de kronieken van Giraldus Cambrensis en van Walsingham.


de Woolpitkinderen                de Banjoskinderen

In augustus 1887, werden twee vreemde kinderen gevonden in de buurt van Baňjos, Noord Spanje.
Arbeiders  waren op het land aan het oogsten, toen zij een hard gillend geluid hoorden; ze gingen op onderzoek en vonden twee kinderen een jongen en een meisje, zij waren angstig en bijeengekropen in een grot. Ze gilden in een taal die niet Spaans was en hun kleding was gemaakt van metaalachtige stof, maar het vreemdste was dat ze een groene  huid hadden.
De twee kinderen werden naar het huis van de grondeigenaar van het dorp gebracht, Ricardo da Kalno, waar de lokale bevolking geprobeerd om voor hen te zorgen, maar de kinderen weigerde te eten of iets dat werd aangeboden te drinken. De jongen al snel ziek en stierf; maar het meisje begon eindelijk aan een dieet van rauwe groenten, vooral rauwe bonen te eten, en was al snel gezond en stevig.
Het vreemde meisje leefden nog vijf jaar na haar verschijning. Gedurende die tijd verkleurde haar huid naar een normale blanke huid. Ze leerde ook Spaanse woorden, maar wat ze vertelde over haar oorsprong was een diepgaand mysterie.
Ze vertelde dat zij en haar broer van een land kwamen zonder zon en dat iedereen een groene huid had en ze in een eeuwigdurende schemering leefden. Er was een land met licht, maar dat lag aan de andere kant van het water. Toen aan haar werd gevraagd hoe ze bij de grot was gekomen, kon ze alleen maar zeggen dat ze een vreemd geluid hadden gehoord en toen door iets werden geduwd en kwamen in de grot en zagen het licht in de opening. Met haar dood vervloog de oplossing van het mysterie.
Is het verhaal een herschrijving van het oorspronkelijke verhaal uit Engeland? U beslist.