De ruïnes van Nan Madol

 

 Op het eiland Pohnpei, binnen het eilandenrijk van Polynesië, ligt de mysterieuze plaats Nan Madol wat betekent “tussen de ruimtes”. Het is de enige oude stad die gebouwd is uit ruwe basalt, de stad had prachtige havens en straten, verspreid over tientallen kunstmatige eilandjes.
UNESCO heeft eindelijk aandacht besteed aan de immense historische betekenis van Nan Madol, door het op de World Heritage List te plaatsen. Beschrijft het als een "globaal significante meesterwerk van creatieve genie", Nan Madol is een technisch wonder, maar het heeft al zijn geheimen nog niet opgegeven.
De totale oppervlakte van het gebied is 75 hectare. De fundamenten van de eilandjes werden bebouwd met enorme basalt rotsblokken, waarop ommuurde behuizingen zijn gebouwd met behulp van zuilvormige basalt. De muren waren 15 meter hoog en tot 5 meter dik. Het gemiddelde gewicht van elke steen is 5 ton, en enkele wegen 50 ton. Men schat dat het totale gewicht van de zuilenconstructie van de stad op 750.000 ton.
Het gebied werd doorkruist door kanalen, die bij vloed werden bevaren. De kanalen waren bijna 10 meter breed en 1,5 meter diep. De kanalen zijn vandaag-de-dag dichtgeslibd. Je zou kunnen zeggen dat Nan Madol het Venetië was van de Stille Oceaan.
Mogelijke steengroeven rond het eiland zijn geïdentificeerd, maar de exacte oorsprong van de stenen die bij de constructie van Nan Madol zijn gebruikt moet nog worden bepaald. Er  zijn geen steengroeven in de directe omgeving, dat betekent dat de stenen moeten zijn vervoerd naar de huidige locatie. Wat ongelooflijk is, omdat de bouwers deze taak zonder katrollen, hefbomen of metalen hulpmiddelen hebben gehad.
Pohnpei werd in de negentiende eeuw ontdekt door de Europeanen en zij hoorden van de inlanders dat gebied rond Nan Madol kwaadaardig was. De inlanders mijden de ruïnes die door de moerassen van de mangrove zijn teruggenomen. De inlanders geloven dat wanneer je na zonsondergang nog in het gebied komt er niet meer levend uitkomt. Ze spreken over “ballen van licht” die over het gebied gaan en waarvoor zij angst hebben.
Omdat er geen andere plaatsen zijn waar Polynesische bouwvakkers, met blote handen, soortgelijke bouwwerken hebben gebouwd, wordt door sommigen al snel gedacht aan het verloren continent Lemuria, het oercontinent van de zuidelijke Stille Oceaan. De Lemuriërs, een mengeling van vreemde wezens (reuzen, trollen, cyclopen en wezens met drie ogen), was een van de eerste beschavingen die de wereld bevolkten, voordat de grote zondvloed het rijk verzwolg, en “onze” mensheid verscheen. Speculaties over oerbeschavingen zijn er altijd geweest en de meeste zijn gemakkelijk te ontkrachten.
Tussen 1960 en 1970 kwam een Amerikaans onderzoeksteam van het Smithsonian Instiute ter plaatse om onderzoek te doen. Zij concludeerden dat zevenhonderd tot negenhonderd jaar geleden het gebied nog in gebruik was geweest. Uiteindelijk besloot het instituut dat de stad 1000 jaar na Christus was gebouwd.

Later kwam een archeoloog, verbonden aan het Pacific Studies Institute van Honolulu op Hawaii tot een nieuwe conclusie. Hij had potscherven gevonden die hij kon dateren op minstens tweeduizend jaar oud.
Andreas Faber-Kaiser, (een Catalaanse schrijver van Duitse afkomst), formeerde een team van Spaanse onderzoekers en zij vroegen zich af: ‘hoe men zo’n half miljoen blokken basalt naar deze locatie heeft kunnen verplaatsen’. Tijdens hun onderzoek ontdekten ze een aantal tunnels, graftombes, kanalen en muren van zo’n twaalfhonderd meter lang. Toen hij met de plaatselijke bevolking sprak, bleek dat deze tunnels nog nooit waren onderzocht. Er zouden zelfs schatten verborgen zijn, in de onder water liggende tunnels. Dit werd mogelijk geacht doordat er een Japanse militair tijdens de oorlog platina had gevonden.
Bij het grootste fort op het eiland, dat van Nan Dowas, ligt een basaltblok van zo’n vijftig ton. Wie kon dat verplaatsen? Het fort heeft ook een tunnel, waarvan men eerst dacht dat het een graftombe was. Toen men deze tombe/tunnel ontdekte in 1870 was deze afgesloten met een groot rotsblok.
Op de vraag wie deze vijftig ton wegende steen kon verplaatsen, ging David Hatcher Childress naar de plaatselijke sjamaan, genaamd Masao. Hij beweerde dat de stenen van de andere kant van het eiland door de lucht vlogen. En zo werden de blokken op elkaar geplaatst. Hij vertelde erbij dat de stenen zo licht werden, dat er zelfs mannen op mee konden vliegen. Op de vraag van Childress aan Masao of men dat momenteel nog zou kunnen doen, werd dat niet ontkend, maar hij wilde niet zeggen of hij daartoe in staat was.
De bekende Amerikaanse schrijver Bill S. Ballinger schreef het boek Lost city of stone: Nan Madol, nadat hij verhalen had gehoord van Japanners die tijdens de bezetting van de Caroline Eilanden grote menselijke botten hadden gevonden. Hij vermeld in zijn boek dat er in 1928 zeer grote menselijke botten zijn opgegraven in Nan Madol. Volgens overleveringen wordt door het plaatselijke en oude geloof bevestigd dat er drie eenduidige rassen van reuzen waren: een mensachtige soort die ook kon vliegen; een ras dat ook kon vliegen en onder de zee leefde; en een derde ras van de “megareuzen”, die omschreven kunnen worden als de werkpaarden en ook onder de zee leefden.
De verhalen over de reuzen stopt hier echter niet. Rond 1910 werd er door de westerlingen vernomen dat er in Polynesië een ras bestond van kannibalistische reuzen genaamd de Kona. Het “bewijs” daarvoor kan gevonden worden in de massieve grafplaten op het eiland, die echter nooit zijn onderzocht.
De meeste Pohnpeians geloven nog steeds in de legende van Nan Madol, die begon met de komst van twee tovenaars Olisihpa en Olosohpa vanuit het mythische West Katau. Van de tweeling werd gezegd dat ze veel groter waren dan de autochtone Pohnpeians. De broers zochten een plek om een altaar te bouwen, zodat ze konden bidden aan Nahnisohn Sahpw, de god van de landbouw. De twee tovenaars bouwden met succes een altaar, bij Nan Madol, waar ze rituelen uitvoerden om de enorme stenen laten zweven met behulp van een vliegende draak. Toen Olisihpa stierf, van ouderdom, werd Olosohpa de eerste Saudeleur (heerser, iemand van buitenlandse afkomst, maar ook geen herkenbare afkomst).
Historici en archeologen hebben gesuggereerd dat zij de enorme rotsen hebben kunnen laten drijven via rafting naar de eilandjes, maar de exacte wijze van techniek waarmee de massieve stenen uit hun verre steengroeven werden verplaatst, over land en water, en opgebouwd op het rif is nog onbekend.
In legendes op de Solomon Eilanden (1.800 km er vandaan) komen ook verhalen voor over de aanwezigheid van reuzen op dat het eiland.
In legendes op Paaseiland (4.500 km er vandaan) zweefden de beelden ook door de lucht.