Raadsels van de oude megalithische bouwwerken

Deze onderstaande tekst is afkomstig van talc.site88.net

Over de gehele wereld waren er in de oudheid verschillende culturen, die grote bouwwerken oprichtten bestaande uit bijzonder grote en zware stenen. Alhoewel vaak wordt geredeneerd dat, voor de Precolombiaanse tijd, de oude culturen aan beide kanten van de Atlantische Oceaan geen contact met elkaar zouden hebben gehad, delen zij echter opmerkelijke overeenkomsten met elkaar dat er op wijst dat deze verschillende culturen op z'n van een eerdere beschaving af zouden kunnen stammen waar men gezamenlijke gewoontes, bekwaamheden en gebruiken deelde.
Zo zijn er namelijk grote piramiden gevonden in Noord- en Zuid-Amerika, in Egypte, in China, en kleinere piramiden in Griekenland, op de Canarische Eilanden en op Indonesië. Zowel de oude Egyptenaren als de inwoners van de beide Amerika's ontwikkelden hun eigen hiërogliefenschrift; mummificatie werd niet alleen gepraktiseerd in Egypte, maar tevens in Zuid-Amerika, China en de Canarische Eilanden, en binnen de geloofsovertuigingen van de Amerika's, Egypte en de Canarische Eilanden nam de zon een belangrijke plaats in.
Het is opmerkelijk dat de inwoners van de zo van de rest van de wereld afgezonderde Canarische Eilanden reeds mummificatie praktiseerden en kleine piramides bouwden in de oudheid, wat het aannemelijk maakt dat deze gebruiken hun herkomst zouden kunnen hebben, in dit gedeelte van de wereld, dat vroeger onderdeel zou zijn geweest van het continent van Atlantis.
In Egypte, Peru (in Cuzco, Machu Picchu en Ollantaytambo) en Paaseiland vinden we bepaalde muren die gebouwd zijn met zeer zware in elkaar passende stenen van verschillende grootten, welke opvallend genoeg vaak geheel naadloos in elkaar passen zonder dat er gebruik werd gemaakt van enige vorm van voegmateriaal. Deze bouwstijl verzekerde de constructie van een enorme stabiliteit welke zelfs bestendig was tegen zware aardbevingen.


Caïro, Egypte


Machu Picchu


Paaseiland


Deze bouwwerken werden gebouwd met zeer zware stenen. Alhoewel het in theorie niet onmogelijk is om deze te verplaatsen met bijvoorbeeld boomstammen, is het echter een heel ander verhaal hoe men deze stenen had kunnen tillen in de oudheid zonder het gebruik van machines. Er zijn theorieën dat men dit had kunnen verwezenlijken met primitieve middelen maar vaak wordt onderschat dat men gebruik maakte van stenen die wel meerdere honderden tonnen wogen, wat vandaag de dag alleen maar mogelijk wordt geacht met behulp van speciale hijskranen. 
Waarom zou men gekozen hebben om met dit soort ontzettend zware stenen te werken als men het veel gemakkelijk en sneller voor elkaar zou kunnen krijgen met kleinere stenen? Mogelijk is het antwoord dan ook dat men het op deze manier juist wel snel en gemakkelijk voor elkaar kreeg. Hedendaagse geleerden breken hun hoofd over hoe men in vredesnaam slechts met primitieve middelen de granieten stenen in de "Koningskamer" ver bovenin de Grote Piramide van Gizeh had kunnen hijsen. Ook lijken de stenen in Sacsayhuaman en Machu Picchu wel blootgesteld aan een vreemde soort vervorming; alsof men de steen kon smelten, wat alleen in de eerste plaats alleen zou kunnen gebeuren bij extreem hoge temperaturen, al zou de steen dan onder normale omstandigheden barsten. 
Volgens helderzienden en gerelateerde bronnen kreeg men het verplaatsen van de stenen echter wel snel en gemakkelijk voor elkaar door middel van de antizwaartekracht-technologie die de Atlantiërs tot hun beschikking hadden gedurende de technologisch gevorderde tijd van Atlantis, maar later na een serie catastrofes uiteindelijk bewust zou zijn achtergehouden, aangezien de mens er niet verantwoordelijk mee om ging, en uiteindelijk in vergetelheid zou zijn geraakt. Daarom noemt Plato ook houten boten in zijn dialogen en zien we dan ook bijvoorbeeld de Egyptenaren op afbeeldingen uit de latere dynastieën hun standbeelden verplaatsen met behulp van louter manskracht.

Energiebanen van de aarde


 William Becker; professor Industrieel Ontwerp aan de Universiteit van Illinois, ontwikkelde samen met zijn vrouw Bethe Hagens; professor Antropologie aan de Governors State Universiteit, de theorie van het "Planetaire Raster" welke men het "Becker-Hagens-raster" noemde. Hun theorie was geïnspireerd door zowel de ontdekkingen van de Schotse bioloog en schrijver Ivan Sanders als de leringen van de Griekse filosoof Plato. In Plato's geschriften werd de aarde beschouwd als een polyhedron met 120 zijdes, wat een combinatie is van zowel de dodecahedron en de icosahedron. Deze kennis was bekend bij de Grieken (Plato), maar ook eerder al bij oudere beschavingen. Als we de aarde zonder het water van de zeeën zouden kunnen aanschouwen zouden we zien dat de aarde in feite niet volmaakt rond is maar meer de vorm een rots heeft dat uit vele vlakke zijdes bestaat.

In de middeleeuwen wisten wichelroedelopers al van het bestaan van energiebanen dat door de aarde zou lopen. Deze energiebanen zijn in wezen de meridianen van Moeder Aarde waardoor haar levenskracht stroomt. Verondersteld wordt dat deze energiebanen de zijdes volgen van het polyhedron van de aarde. Zekere knooppunten van deze energiebanen werden gezien als "krachtplaatsen", waar men oorspronkelijk Heidense heiligdommen bouwde waarvan velen later werden afgebroken en vervangen door Christelijke kerken. Van deze plaatsen werd geloofd dat deze verhoogde etherische krachten zouden uitstralen die een helende en revitaliserende werking zouden hebben en dat tevens bevorderlijk zou zijn voor een verbeterd contact met het Goddelijke.

De Britse amateur-archeoloog Alfred Watkins merkte, tijdens zijn onderzoek naar deze prehistorische plaatsen, op dat veel van de namen van de plaatsen die op één lijn met elkaar lagen het begrip "Leah" bevatte, wat volgens hem "bescherming" of "luwte" (beschutting) betekende, en sindsdien noemt men deze lijnen "leylijnen". Vele megalitische bouwwerken uit de gehele wereld lijken gebouwd te zijn op, of in de buurt van, knooppunten van leylijnen, inclusief de grote piramides van verschillende oude culturen, waardoor ze als in een netwerk met elkaar in verbinding staan volgens het planetaire raster.

Omdat gezegd wordt dat de huidige natuurwetenschappelijke meetinstrumenten deze aardmeridianen niet aan zouden kunnen tonen wordt het bestaan hiervan tot op het heden niet wetenschappelijk erkend. Toch kent men in de wetenschap het fenomeen van de zogenaamde "tellurische energie", ook wel "aardstroom" genoemd, wat een elektrische stroming betreft dat gewoonlijk wordt gemeten als extreem laag in frequentie en dat grote afstanden aflegt over de aardkorst en oceanen. Er wordt verondersteld dat deze stroom geleid wordt door de stroming van het grondwater en mogelijk bekrachtigd wordt door mineralen. In deze zin zijn deze aardstromen wel degelijk energiebanen.

Lang voor de ontdekking van deze aardstromen werd in het gechannelde boek: "A Dweller on Two Planets" (1894) reeds al het begrip van zogenaamde "aardstromen" ("earth-currents" p.37) genoemd en werd uitgelegd als de kennis en technologie om de natuur te gebruiken als een potentieel zeer krachtige energiebron (de Navaz-krachten) wat men onder andere gebruikte voor hun vervoersmiddelen. Deze kennis zou voor handen zijn geweest tijdens de technologisch gevorderde tijd van Atlantis maar men verloor deze kennis echter na een serie van grote catastrofes.

Trance-medium Douglas James Cottrell legde dit raster uit (onder andere in zijn ebook: "The New Renaissance") als een soort van snelweg waar zekere heilige plaatsen, piramides en tempels op geometrisch gelijke afstand van elkaar werden gebouwd. Dit waren plaatsen voor de uitlijning van de verstorende krachten welke "anti-zwaartekracht" genoemd zou kunnen worden (magnetische en anti-magnetische verstoring), waardoor zowel steen als metaal kon "zweven" door de lucht. Op elk van deze plaatsen zou er een zekere laag van mica en koolstof aanwezig zijn op de bodem. De energiestroom "ontspoorde" echter op het moment wanneer bepaalde Atlantische tempels onder de zeebodem verdwenen in de tijd toen het continent van Atlantis opbrak in vijf eilanden. Deze technologie zou ook al eerder zijn gebruikt op de planeet Mars, en vandaar dat men daar tevens piramideachtige bouwwerken aantreft.

In zijn boek: "Lanto 1: Atlantis en ufo's" (p.166), beschreef trance-medium Daan Akkerman het volgende over de piramides:
"Alle piramidevormen hebben tot doel de krachtvelden die rond de aarde stromen te breken, te reflecteren en op te wekken tot een nieuwe krachtvorm. Iedere deskundige berekening geeft een ander krachtveld, voor de mens soms niet en soms goed meetbaar."

 




Becker-Hagens' Planetair Rastersysteem.
 (Klik de afbeelding om deze te vergroten.)

Energiebanen en knooppunten:

Lijn tussen (1) en (21): Alexandrië en Gizeh, Egypte
Lijn tussen (11) en (20): Stonehenge, Engeland
(12): De oude stad Mohenjodaro, Pakistan
(13): Piramides rondom de stad Xian, China
(14): De Formosadriehoek of Drakendriehoek
(17): Megalitische bouwwerken van Tiwanaku, Bolivia
(18): De Bermudadriehoek, en Coral Castle, Florida
Lijn tussen (18) en (37): Bimini Road, Bimini
Lijn tussen (18) en (33): Piramide van Kukulcán, Yucatán

Lijn tussen (20) en (2): Ruïnes van Djémila, Algerije
Lijn tussen (21) en (12): Ruïnes van Aksum, Ethiopië
(25): De tempel van Angkor Wat, Cambodja
(26): Megalitische bouwwerken, Sarawak en Borneo
(28): De megalitische stad van Nan Madol, Pohnpei
(35): Megalitische bouwwerken en de Nazcalijnen, Peru
(40): Mijnen en bouwwerken uit de oudheid, Zimbabwe
(47): Megalitische bouwwerken en beelden, Paaseiland
(62): Zuidpool, Antartica

Uitlijning met de sterren

Een aantal oude bouwwerken zoals deze in Egypte, Mexico en Angkor Wat, lijken van bovenaf gezien wel gericht te staan op specifieke sterrenconstellaties.
De zogenoemde "Orion correlatie theorie" van Robert Bauval, auteur en onderzoeker van het oude Egypte, is gebaseerd op de veronderstelling dat de drie grote piramides op het Gizeh-plateau van Egypte overeen komen met de drie sterren van de zogenaamde "riem van Orion" van de constellatie Orion, namelijk: Alnitak, Alnilam en Mintaka. Twee van de andere sterren van Orion lijken verder overeen te komen met de verwoeste tempel of piramide in Abu Roash en de piramide in Zawjet Al Arjan. In het oude Egypte werd de constellatie van Orion geïdentificeerd met Osiris, die één van hun belangrijkste goden was.

De auteur Wayne Herschel ontdekte dertig of meer piramides in Egypte welke overeen zouden komen met zichtbare sterren. Herschel is ervan overtuigd dat het Gizeh-plateau Orion uitbeeldde, de vernietigde piramide of tempel van Abu Roash zou oorspronkelijk de ster Sirius hebben uitgebeeld, en Sakkara zou de constellatie van Andromeda hebben uitgebeeld.  Waarschijnlijk is dit wat de mythologische oude wijsgeer Hermes Trismegistus bedoelde met zijn uitspraak:

"Egypte is een weerspiegeling van de hemelen... De 'gehele' kosmos verblijft hier."


Volgens deze theorieën zou de rivier de Nijl, gezien kunnen worden als het evenbeeld van de Melkweg. Als we een computersimulatie van de sterren gebruiken dat de beweging en plaats van de sterren kan uitrekenen, en we daarbij de tijd terugdraaien, komt het patroon van Orion en de Melkweg echter op z'n vroegst overeen met de sterren binnen de tijdsperiode van 10.500 v.Chr. omdat de Melkweg in die tijd 8 mijl verder in het oosten stond. Dit zou volgens verschillende helderzienden zoals Edgar Cayce tevens de tijdsperiode geweest was wanneer zowel de Grote Piramide als de Grote Sfinx van Gizeh zouden zijn gebouwd.
Zoals men kan zien lijken de Gizeh-piramides niet helemaal perfect overeen te komen met de sterren in de riem van Orion, en de Melkweg is aan de verkeerde kant. Deze uitlijning zou echter wel correct zijn als de aarde ooit verticaal 180 graden gekanteld zou zijn, waarbij de regio van de Noordpool de Zuidpool zou zijn geworden en de regio van de Zuidpool de Noordpool. Dit effect is bekend als de theorie van een poolverschuiving en volgens helderzienden zoals Edgar Cayce heeft zo'n poolverschuiving inderdaad eens plaatsgevonden aan het einde van de laatste ijstijd rond 9.000 v.Chr. Zou dit de reden kunnen zijn waarom de oude Egyptenaren hun kaarten tekenden met het zuiden aan de bovenkant? Opper-Egypte bevind zich namelijk in het zuiden van Egypte terwijl Neder-Egypte in het noorden is gesitueerd.


Constellatie van Orion

Verder zou de periode van 10.500 v.Chr. overeenkomen met de tijd waarin de Grote Sfinx van Gizeh als naar een spiegelbeeld zou staren naar de constellatie van de Leeuw. Als het noorden en zuiden ooit omgedraaid waren in deze tijd dan zouden de Sfinx en de constellatie Leeuw een perfecte reflectie van elkaar geweest zijn zonder dat deze omgedraaid is zoals vandaag de dag. Dit is tevens een belangrijke aanwijzing dat de Sfinx oorspronkelijk gebouwd zou kunnen zijn gedurende deze periode. De oude Egyptische tekst bekend als het Egyptische Dodenboek noemde in hoofdstuk 17 mogelijk een stukje geschiedenis over een catastrofale ramp waarbij de "oude leeuw" omdraaide en vervolgens ook de "volgorde" van de wereld.

De onderzoeker en auteur Andrew Collins heeft een andere visie over de uitlijning van Egypte met de sterren. Volgens hem zouden de piramides van Gizeh niet gericht zijn op de constellatie van Orion maar op de constellatie van Cygnus. Zijn argument is dat Orion niet precies overeenkomt met de piramdes op de grond, alhoewel hij hierbij dus duidelijk geen rekening gehouden heeft met de mogelijkheid van een eerdere verschuiving van de polen. Volgens hem zou de constellatie Cygnus beter passen maar dit is alleen zo vandaag de dag, want vergeleken met de sterrenhemel van honderden jaren geleden komt deze gelijkenis slecht overeen. In het jaar 1998 lieten de auteur Graham Hancock en John Grigsby een suggestieve correlatie zien tussen de tempels rond Angkor Wat en Angkor Thom en de sterren van de constellatie Draak (Draco). En zoals eerder genoemd zouden de gebouwen in Teotihuacán volgens het boek "Atlantis en haar beschaving" van Shirley Andrews, gericht zijn op de opkomst en ondergang van de Pleiaden.